1. De subsidieontvanger doet het college onverwijld schriftelijke melding, zodra aannemelijk is dat:
a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel worden verricht;
b. niet of niet geheel aan de eisen van de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen wordt voldaan;
c. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden plaatsvinden.
2. Bij subsidies van meer dan € 5.000,- doet de ontvanger het college tevens melding, zodra aannemelijk is dat verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de begrote en de werkelijke uitgaven en inkomsten van de gesubsidieerde activiteiten, en dat hierdoor de uitvoering van de activiteiten in gevaar komt, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.