Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 11.

Overige verplichtingen ontvanger van een structurele subsidie

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Vlissingen 2018

1. De ontvanger van een structurele subsidie behoeft toestemming van het college voor: a. het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. het wijzigen van statuten; c. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien deze mede zijn verworven door middel van subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit subsidiegelden; d. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur, onderverhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit subsidie; e. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldleningen: f. het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; g. het vormen van fondsen en reserveringen; h. het doen van schenkingen; i. het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties; j. het ontbinden van de rechtspersoon; k. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling. 2. Opheffing en liquidatie: a. Indien een instelling wordt opgeheven dient het bestuur het college daarvan onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen. Het zelfde geldt bij het door de instelling geheel of gedeeltelijk staken van de door het college te subsidiëren dan wel gesubsidieerde activiteiten; b. Bij liquidatie zijn de voorschriften omtrent de verantwoording alsmede die betreffende de vaststelling van de subsidie van overeenkomstige toepassing; c. Een met subsidie verworven batig liquidatiesaldo dient, met toepassing van het bepaalde in artikel 4:41 van de wet, zo spoedig mogelijk aan de gemeente te worden terugbetaald tot maximaal het bedrag dat in totaliteit over de laatste vijf jaren aan subsidie is verleend. 3. Het college beslist binnen twaalf weken omtrent de gevraagde toestemming bedoeld in lid 1. 4. De beslissing genoemd in het derde lid kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel