**1..** De toetsingscommissie adviseert, op grond van haar bevindingen en op basis van het voorlopige plaatsingsplan van de plaatsingscommissie, de directeur of college over de plaatsing van alle medewerkers die zijn betrokken bij de organisatiewijziging.
**2..** De directeur of het college stelt de plaatsingen voorlopig vast op basis van het advies van de toetsingscommissie. Deze adviezen worden door de directeur of het college onder meer beoordeeld op onderlinge samenhang en worden getoetst aan het organisatiemodel.
**3..** De directeur of het college kan uitsluitend op grond van zwaarwegende argumenten afwijken van de adviezen van de toetsingscommissie.
**4..** De directeur deelt de medewerker schriftelijk en gemotiveerd mee in welke functie hij voornemens is de medewerker te plaatsen.
**5..** Indien plaatsing in een ongewijzigde functie, passende of geschikte functie niet mogelijk is, deelt de directeur de medewerker schriftelijk het voornemen mee dat hij bovenformatief wordt geplaatst.
**6..** Tegen de voorgenomen besluiten genoemd in lid 4 en 5 van dit artikel staat geen bezwaarmogelijkheid open op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 2.
Artikel 16.