Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Interne jobcoaching (subsidie aan werkgever als tegemoetkoming in de kosten voor het inzetten voor een interne begeleider)

Onderdeel van Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent beleid en uitvoering re-integratie

1.. De werkgever onderbouwt waarom interne jobcoaching de voorkeur heeft. 2.. De interne jobcoach die de werknemer coacht, heeft een training gevolgd om werknemers met structureel functionele beperkingen te begeleiden op de werkplek (bijvoorbeeld een Harrie-training (CNV)of een training Praktijkopleider plus (Kenniscentrum). De interne jobcoach kan dit aantonen door het overleggen van een relevant certificaat. 3.. De interne jobcoach heeft aantoonbaar ervaring met het geven van begeleiding. 4.. De interne jobcoach heeft aantoonbaar ervaring met de werkzaamheden die de werknemer dient uit te voeren. 5.. De interne jobcoach is voor een deel van zijn werkuren vrijgesteld om de begeleiding op zich te kunnen nemen. 6.. De interne jobcoach maakt bij de start een begeleidingsplan. 7.. Het begeleidingsplan wordt opgesteld op basis van het format van de CNV. 8.. De interne jobcoach informeert over de voortgang zo vaak als noodzakelijk of wenselijk is. 9.. De aanvraag tot subsidieverlening dient binnen een maand na aanvang van de proefplaatsing of het dienstverband schriftelijk door de werkgever ingediend te worden bij het college met behulp van een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 10.. Bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegt de werkgever: naam, adres, woonplaats en burgerservicenummer van de persoon ten behoeve van wie subsidie voor persoonlijke ondersteuning wordt gevraagd; naam, adres, woonplaats van de werkgever; naam, adres, woonplaats van de coach(organisatie); een uittreksel uit het jobcoachregister en een afschrift van het jobcoachcertificaat; een afschrift van de overeenkomst waaruit de aard, de duur en de omvang van het dienstverband of de proefplaatsing blijken en een schriftelijke verklaring, ondertekend door de werknemer, inhoudende dat de werknemer zich akkoord verklaard met de persoonlijke ondersteuning waarvoor subsidie wordt gevraagd. 11.. Het college kan bepalen dat ook andere bescheiden, dan wel nadere informatie worden overgelegd. 12.. De werkgever is verplicht: tot het voeren van een goede administratie over de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven; tot het afleggen van rekening en verantwoording over de gesubsidieerde activiteiten en de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven; uit eigen beweging het college onverwijld schriftelijk mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op de hoogte en de duur van de subsidie. 13.. Binnen een maand na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie is verstrekt, overlegt de werkgever ten behoeve van de vaststelling van de subsidie: bewijsstukken waaruit het voortduren van het dienstverband of de proefplaatsing, dan wel het eindigen van het dienstverband of de proefplaatsing en de daaruit voortvloeiende verplichtingen blijkt; bewijsstukken waaruit blijkt op welke wijze de coach begeleiding heeft geboden in het werkproces aan de hand van de gestelde leerdoelen; bewijsstukken waarin de werkgever rekening en verantwoording aflegt over de aan de gesubsidieerde activiteiten verbonden inkomsten en uitgaven. 14.. Het college stelt de subsidie binnen twee maanden na afloop van het tijdvak waarvoor de subsidie werd verleend ambtshalve vast. 15.. Het college stelt de definitieve subsidie vast op basis van de feitelijke duur van het dienstverband of de proefplaatsing en/of feitelijk gewerkte uren van de te begeleiden persoon en aan de hand van een door de werkgever gegeven financiële verantwoording. 16.. De beschikking tot subsidievaststelling stelt het bedrag van de subsidie vast en geeft aanspraak op betaling van het vastgestelde subsidiebedrag onder gelijktijdige verrekening van de verstrekte voorschotten. 17.. Het vastgestelde bedrag dat resteert na verrekening van de voorschotten met het vastgestelde subsidiebedrag, zal binnen twee maanden na de subsidievaststelling worden betaald.

Rechtspraak bij dit artikel