In nieuwe bestemmingsplannen zal aan het geldende parkeerbeleid worden getoetst. De borging van de gevraagde parkeernormen moet worden onderbouwd. Dit is primair een verantwoordelijkheid voor de ontwikkelende partij.
De afgelopen jaren bleek dat voor sommige bouwplannen en stedenbouwkundige ontwerpen de geëiste parkeeroplossing een knelpunt in het ontwerpvraagstuk gaf. Inpassing op eigen terrein bleek moeilijk of zelfs niet mogelijk. Een omgevingsvergunning kan dan niet worden verleend en de realisatie van de door de gemeente gewenste functies op bepaalde locaties was niet mogelijk. Voor deze situaties zal een bestemmingsreserve parkeren worden ingesteld.
In bijzondere gevallen kan het college ontheffing verlenen van de parkeereis, onder de voorwaarden dat
de aanvrager van de omgevingsvergunning een financiële bijdrage stort in de genoemde reserve en
een te realiseren alternatief planologisch wordt verankerd.
De financiële middelen, geoormerkt als reserve, worden vervolgens door de gemeente ingezet voor de aanleg van de resterend benodigde parkeerruimte in de openbare ruimte.
Op die manier kan het totale parkeerareaal in evenwicht worden gehouden en blijft de bereikbaarheid en leefbaarheid gewaarborgd.
Allereerst worden de definities en het juridisch kader behandeld. Daarna komt aan de orde onder welke voorwaarden ontheffing van de gemeentelijke parkeereis kan worden verleend. Tot slot komen de hoogte van de parkeerbijdrage en het aanwenden van de financiële middelen uit de bestemmingsreserve Parkeerfonds aan de orde.