Het gewicht van de zaak wordt beoordeeld als gemiddeld. Gemiddelde werkzaamheden bestaan uit:
een juiste vaststelling van de feiten;
een onderzoek naar de waarde;
een opgeworpen rechtsvraag.
In afwijking van het eerste lid wordt het gewicht aangemerkt als zeer licht in de volgende situaties:
zaken met betrekking tot reinigingsheffing, rioolheffing, reclamebelasting, marktgelden, begraafplaatsrechten, retributies, baatbelasting, Scheepvaartrechten en precariobelasting en kennelijk gegronde bezwaren.
zaken met betrekking tot onroerende zaakbelastingen voor zover deze betrekking hebben op:
een verkeerde tenaamstelling;
een verkeerde adresaanduiding van het object;
een verkeerde belastingplichtige;
een pro-forma bezwaarschrift zonder aanvulling;
een summier gemotiveerd bezwaarschrift.
In geval van 2 of 3 samenhangende zaken wordt de wegingsfactor bepaald op de factor voor 1 zaak. Bij 4 of meer zaken is de wegingsfactor 1,5 maal de factor voor 1 zaak.
In afwijking van het eerste lid wordt het gewicht aangemerkt als licht in de volgende situaties: zaken met betrekking tot onroerende zaakbelastingen voor zover deze betrekking hebben op de inhoud enig onderzoek vergt, maar het niet om een (juridisch) vraagpunt gaat waarvoor een grotere (juridische) deskundigheid is vereist.
In afwijking van het eerste lid wordt het gewicht aangemerkt als zwaar in de volgende situaties: zaken die ingewikkeld of complex zijn, waarbij het beoordelen van externe rapporten, uitgezonderd taxatierapporten, noodzakelijk is om tot een goed oordeel te komen.
In afwijking van het eerste lid wordt het gewicht aangemerkt als zeer zwaar in de volgende situaties: zaken waarbij evident en aantoonbaar sprake is van een zeer gecompliceerde en/of bewerkelijke zaak.
Artikel 3
Wegingsfactor: andere besluiten dan waarde beschikkingen
Onderdeel van Beleidsregels proceskosten en wegingsfactoren 2018-2