1. De voorzitter wordt door de raad uit zijn midden benoemd.

2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

3. De voorzitter is belast met:

a. Het leiden van de vergadering;

b. Het handhaven van de orde;

c. Het doen naleven van deze verordening;

d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

4. In geval van ontstentenis of verhindering wordt de voorzitter vervangen door een lid van de raad, door de raad aan te wijzen.