Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Epe

3.1 . De gemeente beoordeelt de aanvraag allereerst op: Het soort onderwijs dat de leerling volgt De richting van het onderwijs De afstand woning-school De structurele handicap van een leerling. Het uitgangspunt is: vervoer naar de dichtstbijzijnde school van de soort en richting waarop de leerling is aangewezen. Voor het leerlingenvervoer is het niet van belang wat de onderwijsmethode of het leerprincipe van een school is. 3.2 . Als de dichtstbijzijnde school de leerling niet kan plaatsen omdat zij niet de vereiste ondersteuning kan bieden aan de leerling, dan dient de school hierover een schriftelijke verklaring te overleggen. In dat geval wordt uitgegaan van vervoer naar de eerstvolgende dichtbij zijnde school. 3.3 . De gemeente bepaalt de afstand woning-school via de ANWB-routeplanner volgens de ‘kortste route’. De afstand wordt berekend in kilometers en afgerond op één cijfer achter de komma. De afstand woning-school moet groter zijn dan zes kilometer. Dat wil zeggen dat de afstand minimaal 6,1 kilometer moet zijn om in aanmerking te komen voor leerlingenvervoer 3.4 . Vervoersvoorziening: de gemeente gaat uit van de goedkoopste wijze van vervoer die voor de leerling passend is. De gemeente bekijkt de vervoersmogelijkheden van de leerling in deze volgorde: Eigen vervoer, zonder gemeentelijke geldelijke tegemoetkoming van de kosten Fiets (/bromfiets) Fiets met begeleiding Openbaar vervoer (OV) Openbaar vervoer met begeleiding op afstand /digitale begeleiding (zie 6.6 bevorderen OV) Openbaar vervoer met begeleiding Eigen vervoer (auto) Aangepast vervoer in de vorm van collectief taxivervoer Collectief taxivervoer met begeleiding Individueel taxivervoer Het kan zijn dat in bepaalde gevallen bijvoorbeeld collectief taxivervoer goedkoper is dan eigen vervoer. In dat geval gaat het collectieve taxivervoer voor het eigen vervoer; de goedkoopste wijze krijgt dan voorrang. 3.5 . De gemeente heeft de mogelijkheid om na het indienen van de aanvraag voor een vervoersvoorziening middels zogenoemde ‘keukentafelgesprekken’ met de leerling en/of ouders in gesprek te gaan om te kijken naar de best passende vervoersvoorziening tegen zo laag mogelijke kosten. Het college heeft middels artikel 26 uit de verordening de mogelijkheid om advies te vragen bij derden bij het toekennen van de vervoersvorm. 3.6 . De gemeente vergoedt uitsluitend voor de eventuele vervoerskosten van de begeleider de reis die hij/zij gezamenlijk met de leerling aflegt met de fiets of het openbaar vervoer. Eventueel te maken personeelskosten zijn voor de ouders. 3.7 . Leerlingenvervoer kan niet worden ingezet voor vervoer tijdens de vakanties, voor schoolreisjes of excursies, sportdagen, naar zwembad of gymnastieklokaal, (sport)clubs en dergelijke. Ook vervoer voor medische of paramedische behandelingen valt buiten het leerlingenvervoer. Voor afwijkend adres zie punt 8.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel