** 7.1 .** Drempelbedrag: In de Wet op het primair onderwijs (artikel 4) is bepaald dat er aan ouders van kinderen die naar het reguliere basisonderwijs of het speciaal basisonderwijs gaan, en van wie het inkomen boven een bepaald bedrag uitkomt een eigen bijdrage over de eerste kilometers gevraagd kan worden (het zogenaamde drempelbedrag). De hoogte van het genoemde inkomen zowel als de berekening van de hoogte van de bijdrage zijn wettelijk vastgelegd en overgenomen in de modelverordening bij artikel 14. Het bedrag van het gezamenlijk inkomen wordt jaarlijks geïndexeerd op een door de wet voorgeschreven wijze.
Bij een drempelbedrag betalen ouders een ouderbijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer voor de eerste 6 kilometer (de kilometergrens), ongeacht of het kind ook daadwerkelijk met het openbaar vervoer reist.
De hoogte van het gezamenlijk verzamelinkomen is voor het schooljaar 2017-2018 bepaald op € 25.650,-. Dit kan aangetoond worden met een IB-60 formulier van de Belastingdienst.
** 7.2 .** Inkomensafhankelijke bijdrage; in de Wet op het primair onderwijs (artikel 4) is ook bepaald dat er, wanneer de afstand meer bedraagt dan 20 kilometer, een bijdrage van de ouders gevraagd kan worden, afhankelijk van de financiële draagkracht. Deze draagkrachtafhankelijke bijdrage mag volgens de wet alleen geheven worden van ouders van leerlingen die een school voor regulier basisonderwijs bezoeken (dus niet voor speciaal basisonderwijs). In de verordening is een overzicht opgenomen voor inkomensafhankelijke bijdrage voor het schooljaar 2017-2018.
** 7.3 .** Voor kinderen die niet vanaf de start van het schooljaar van het leerlingenvervoer gebruik maken, wordt de eigen bijdrage naar rato bepaald.