** 8.1 .** De gemeente heeft de zorgplicht voor het vervoer tussen huis en school en terug, maar is niet verplicht om het vervoer naar de buitenschoolse opvang (BSO) te regelen. Het komt echter voor dat ouders vragen hun kind naar een tweede opvangadres te brengen. De gemeente Epe gaat hier als volgt mee om voor kinderen die vervoerd worden met aangepast vervoer:
De leerling heeft maximaal één extra adres
De leerling verblijft op vaste, structurele dagen op dit adres
Het adres ligt binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Epe, bij voorkeur langs de route.
Vervoer naar het tweede adres mag voor de gemeente niet leiden tot meer kosten dan vervoer naar de woning; eventuele extra kosten zijn voor rekening van de ouders
Overige leerlingen in het betreffende vervoersmiddel mogen er geen onevenredig veel nadeel van ondervinden
De ouders maken zelf afspraken met de vervoerder over het afwijkende adres
Er is een volwassene op het opvangadres aan wie de leerling kan worden overgedragen
Het vervoer tussen het opvangadres en de woning wordt niet verzorgd/vergoed
Het vervoer tussen school, dagcentrum en/of dagbehandeling en woning wordt niet verzorgd/vergoed.
** 8.2 .** Gescheiden ouders / co-ouderschap
Er is sprake van co-ouderschap als zowel de moeder als de vader in een regelmatige afwisseling de zorg voor het kind of de kinderen heeft. In dit geval is er sprake van 2 plaatsen waar het kind structureel en feitelijk verblijft. Waar het kind staat ingeschreven doet niet ter zake; als het kind structureel bij zowel bij de ene als de andere ouder verblijft, is er in feite sprake van 2 hoofdverblijven. Om aanspraak te maken op bekostiging van leerlingenvervoer voor de dagen dat de leerling bij de betreffende ouder verblijft, moeten beide ouders afzonderlijk een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woont. Ouders moeten daarbij aangeven wanneer het kind waar verblijft, dit moet gaan om vaste dagen in de week. Het kan dan voorkomen dat er slechts bij één ouder aanspraak op leerlingenvervoer bestaat, doordat niet voldaan wordt aan het afstandscriterium van 6 kilometer of de school niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is.
** 8.3 .** De hoofdregel is dat daar waar de leerling feitelijk verblijft door de ouders/verzorgers een aanvraag moet worden ingediend. De gemeente toets de aanvraag aan de verordening. Bij uitzonderlijke gevallen kan er een uitzondering op deze hoofdregel worden gemaakt, indien het kind:
Van leerlingenvervoer gebruik maakt in de gemeente Epe
Een korte periode (maximaal 6 weken) in een andere gemeente verblijft
De oude school blijft bezoeken
Na deze periode terugkeert naar de gemeente Epe
** 8.4 .** Crisissituatie. Het komt af en toe voor dat kinderen uit andere gemeenten in het kader van jeugdzorg tijdelijk worden opgevangen bij pleegouders in onze gemeente. Het omgekeerde komt ook voor, namelijk dat leerlingen uit de gemeente Epe tijdelijk elders verblijven. De gemeente Epe wil leerlingen die in een crisissituatie in onze gemeente verblijven tegemoet komen en hen de mogelijkheid bieden hun oude school te bezoeken omdat dit voor hem/haar vaak nog de enige stabiele en veilige factor is. Formeel genomen hoeft de gemeente het vervoer naar de oude school niet te vergoeden, omdat dit veelal niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is. Omwille van de rust voor de leerling zal deze vergoeding worden verstrekt voor maximaal 3 maanden. In deze periode wordt meestal duidelijk of het kind in de gemeente blijft wonen, zodat een andere school kan worden gezocht. Nadat er maximaal 3 maanden voor het vervoer naar de oude school is betaald, wordt de aanvraag leerlingenvervoer behandeld als alle andere Eper aanvragen leerlingenvervoer en zal de vergoeding gebaseerd worden op de kosten van vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Voorwaarde is dat het kind ook van leerlingenvervoer gebruik maakt in de voorgaande woongemeente, en dat deze voorgaande woongemeente de kosten van het leerlingenvervoer niet op zich neemt.
Zo ook bij kinderen uit Epe die vanwege een crisissituatie tijdelijk in een andere gemeente zich bevinden; ook voor hun wordt maximaal 3 maanden leerlingenvervoer vergoed naar de oude school als de gemeente waarin ze tijdelijk worden opgevangen hier niet in voorziet.