Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.7

Artikel 2.7.2

Toelichting op procedure vaststelling hoogte en inning eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Uitvoeringsregels Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018, eerste wijziging

Wettelijk is geregeld dat het CAK (Centraal Administratie Kantoor) de eigen bijdrage vaststelt, oplegt en int bij de gebruiker. Vervolgens vindt afdracht van de eigen bijdragen aan de gemeente plaats. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van: De hoogte van het jaarinkomen en een deel van het vermogen (gebaseerd op twee jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag is gedaan) van belanghebbende; De samenstelling van het huishouden van belanghebbende; De leeftijd van belanghebbende; De kosten van het hulpmiddel of voorziening en PGB; Reeds betaalde eigen bijdrage (zowel Wmo als AWBZ); De voorziening waarvoor de eigen bijdrage wordt opgelegd. De procedure: De gemeente stuurt de cliëntgegevens naar het CAK; Indien van toepassing verstrekt de zorgaanbieder gegevens over de daadwerkelijk geleverde diensten aan het CAK; Het CAK stelt de eigen bijdrage vast; Het CAK stuurt een definitieve beschikking naar de belanghebbende; Het CAK stuurt de factuur waarop de eigen bijdrage voor het PGB in rekening wordt gebracht, naar de belanghebbende; Het CAK stelt de middelen beschikbaar aan de gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel