Bij de jeugdigen is de zelfredzaamheid afhankelijk van de ontwikkelingsfase en ziektebeeld van het kind. Voor de zelfredzaamheid van jeugdigen zijn de volgende (noodzakelijke) algemene dagelijkse levensverrichtingen van belang:
In en uit bed komen;
Aan- en uitkleden;
Bewegen;
Lopen;
Gaan zitten en weer opstaan;
Lichamelijke hygiëne;
Toiletbezoek;
Eten en drinken;
Medicijnen innemen;
Ontspanning;
Sociaal contact.
Soms bestaat ook behoefte aan aanvullende ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, zoals een aansporing om onder de douche te gaan. De ondersteuning die niet ingegeven is door een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het gaat meestal om de ondersteuning en begeleiding bij het laten uitvoeren van deze ‘algemene dagelijkse levensverrichtingen’ door de jeugdige zelf.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.1
Zelfredzaamheid
Onderdeel van Uitvoeringsregels Wet maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp 2018, eerste wijziging