Indien de belanghebbende niet bereid is tot het treffen van een minnelijke betalingsregeling, of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet (meer) nakomt, dan wordt het terugvorderingsbesluit ten uitvoer gelegd door middel van:
Verrekening met:
de door het college in artikel 60 lid 3 van de Participatiewet genoemde regelingen;
de door het college van een andere gemeente in artikel 60a lid 1 genoemde regelingen;
de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in artikel 60a lid 2 genoemde regelingen;
de door de Sociale Verzekeringsbank in artikel 60a lid 3 genoemde regelingen;
Een executoriaal beslag overeenkomstig de artikelen 479b tot en met 479g, behoudens artikel 479e lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, of
Beslag in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
In tegenstelling tot de Abw kent de Participatiewet geen bepalingen over verrekening en pseudo- verrekening. Het terugvorderingsbesluit levert geen executoriale titel op. Echter een dwangbevel geeft op grond van artikel 4:116 Awb een executoriale titel. De gemeente kan overgaan tot dwanginvordering door middel van verrekening (wanneer aan de debiteur bijstand wordt verleend), of door middel van het leggen van vereenvoudigd derdenbeslag. Daarnaast staat ook de “gewone” weg van executoriaal beslag open, daar waar verrekening of vereenvoudigd derdenbeslag niet mogelijk is. Deze omstandigheid kan zich voordoen wanneer er geen inkomstenbron beschikbaar is, of wanneer beslag wordt gelegd op een onroerend goed.
Verrekening met de bijstand wordt gebaseerd op artikel 6:127 van het Burgerlijk Wetboek. Voor deze vorm van verrekenen moet aan de volgende eisen worden voldaan:
Er moet een wederkerig schuldenaarschap bestaan. Het gaat om het over en weer voldoen van een schuld. De door de belanghebbende te ontvangen bijstand en de ten onrechte verleende bijstand die moet worden terugbetaald, worden beschouwd als de hier bedoelde wederkerige schuld.
Er moet gelijksoortigheid van schuld en prestatie zijn. Hieruit vloeit voort dat bijstand alleen met bijstand kan worden verrekend. Dit betekent dat een ten onrechte verleende bijstand niet met bijvoorbeeld een WMO-vergoeding kan worden verrekend.
Er moet een bevoegdheid zijn om betaling van de vordering af te dwingen. Verrekening is een vorm van tenuitvoerlegging.
Bij verrekening is de gemeente gehouden aan de beslagvrije voet.
Verrekening kan alleen voor zover de uitkering voor beslag vatbaar is (dus bijvoorbeeld niet met bijzonder bijstand voor specifieke kosten).
Ten uitvoerlegging door middel van beslag kan geschieden conform de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De gemeente heeft de mogelijkheid van vereenvoudigd derdenbeslag op loon of uitkering.
Hoofdstuk
Artikel 12: