**1..** Bij het uitvaardigen van een dwangbevel worden de kosten van het uitvaardigen in rekening gebracht voor een bedrag van € 50,00.
**2..** Rente en kosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom met een minimum van € 50,00 en maximum van € 750,00 worden in rekening gebracht indien:
door het college zelf wordt overgegaan tot pseudo-verrekening of beslaglegging, als bedoeld in artikel 12 van deze beleidsregels;
**3..** Indien het een actieve klant betreft en de gestelde vordering direct wordt verrekend met de lopende uitkering, worden geen kosten in rekening gebracht.
**4..** Indien wordt overgegaan tot overdracht ter incasso van de vordering aan een deurwaarder of incassobureau, brengt het college geen rente en kosten, zoals benoemd in artikel 2, in rekening, omdat deze kosten reeds door de deurwaarder of het incassobureau in rekening worden gebracht.
Op grond van artikel 4:119 van de Awb kunnen bij het dwangbevel de kosten van aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel in rekening worden gebracht.
In lid 1 is opgenomen dat bij het uitvaardigen van een dwangbevel € 50 in rekening worden gebracht als zijnde de kosten van het dwangbevel.
In lid 2 is bepaald dat wanneer de belanghebbende de betalingsverplichting niet nakomt, de kosten met betrekking tot de verschuldigde rente en overige kosten in rekening worden gebracht.
Het college brengt deze kosten alleen in rekening, als het college zelf tot beslaglegging overgaat. Deze kosten worden in beginsel vastgesteld op een percentage van 15% van de hoofdsom met een minimum van € 50 en een maximum van € 750.
Indien de gemeente overgaat tot overdracht ter incasso van de vordering aan een deurwaarder of incassobureau, brengt de gemeente geen rente en kosten, zoals benoemd in lid 2, in rekening. Dit vanwege het feit dat de deurwaarder of het incassobureau deze kosten eveneens in rekening brengt, en de belanghebbende als gevolg daarvan geconfronteerd zou worden met dubbele kosten. Dit wordt niet wenselijk geacht.
Hoofdstuk
Artikel 13: