Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Maritiem en Visserij

Onderdeel van Visie Werklocaties Noordelijk Flevoland

In landelijk perspectief wordt ‘maritiem’ vaak gezien als koepelbegrip voor verschillende sectoren die op het water gericht zijn: onder meer zeevaart, scheepsbouw, maritieme dienstverlening, offshore, binnenvaart en ook visserij. In Noordelijk Flevoland (specifiek: op Urk) wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee clusters: Maritiem is het cluster bestaande uit bedrijven gericht op scheepsbouw, -reparatie, –onderhoud en andere dienstverlening voor watergebonden activiteiten. Op Urk zijn verschillende bedrijven uit dit cluster gevestigd, die elkaar aanvullen, samenwerken, kennis uitwisselen en voor hun klanten (gezamenlijk) in een optimale dienstverlening kunnen voorzien. Visserij is het cluster rondom de visafslag, -verwerking, -transport en -handel. Urk heeft een herkenbaar en bekend profiel voor alles dat met de visserij te maken heeft, onder meer vanwege de aanwezigheid van de grootste visafslag van Europa. Hieromheen is een breed spectrum aan handels-, verwerkings- en transportbedrijven gevestigd die in sterke nabijheid van elkaar snel, efficiënt en sterk opereren. Figuur 2: clusters en eerste- en anderelijns bedrijvigheid Bron: Stec Groep, 2017 Het gaat om twee clusters die in de basis los van elkaar opereren, maar ook steeds meer dicht verbonden zijn met elkaar. Dat lichten we toe op basis van figuur 3. Een cluster concentreert zich doorgaans rondom een kernactiviteit, waaromheen toeleveranciers, verwerkers, handelsbedrijven en andere dienstverlening zich vestigen: Voor Maritiem is de kern van het cluster iedere vorm van bedrijvigheid die op het water is gericht: bijvoorbeeld zeevaart, binnenvaart en pleziervaart. Daarnaast is het cluster op Urk ook voornamelijk ontstaan uit de visserij. De bedrijven binnen de maritieme sector die op Urk gevestigd zijn vormen voornamelijk de eerste schil hieromheen: scheepsbouwers, -reparateurs en –onderhoudsbedrijven Voor de Visserij zijn deze kernactiviteiten de visserij en de visafslag, waar vis wordt aangeleverd vanuit plekken over de hele wereld, waaronder ook de eigen Urker haven. Daaromheen concentreren zich visverwerkers, -handelaren en –transporteurs. Zij vormen samen de eerste schil van activiteiten rondom de kernactiviteiten. De eerste schil bestaat uit bedrijven die een zekere nabijheid bij de kernactiviteit nodig hebben om ook daadwerkelijk als cluster te opereren. Het gaat echter ook om scheepsbouwers, -reparateurs en –onderhoudsbedrijven, die voor de vissers werken. Er zit daarmee een overlap in het cluster in de eerste schil van activiteiten. Daarmee versterkt het cluster Maritiem het cluster Visserij en vice versa. Voor Visserij en alle (maritieme) bedrijvigheid eromheen heeft Urk al sinds jaar en dag een sterke concurrentiepositie. De visafslag van Urk is uitgegroeid tot qua omzet en volume de grootste visafslag van Nederland en één van de grootste van Europa. Daarnaast zijn ook een groot aantal toonaangevende bedrijven uit de clusters Maritiem en Visserij zijn op Urk neergestreken. Redenen hiervoor waren onder meer de sterke positie Urk voor deze clusters, de voordelen die nabijheid van elkaar en van de kernactiviteiten opleveren voor de bedrijven, maar ook de lokale kennis en het lokale vakmanschap, dat al jaren in het dorp aanwezig zijn. Het arbeidsethos van de Urker staat hoog aangeschreven en de Urker is trots op datgene wat hij lokaal te bieden heeft. Dat maakt dat bedrijven er graag vestigen. Vanuit ruimtelijk perspectief is vooral de nabijheid van bedrijven ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de kernactiviteit een relevant gegeven. De sterke propositie van Urk voor Maritiem en Visserij wordt voor een groot deel ook gemaakt door het ‘totaalpakket’ wat het cluster op Urk kan leveren aan afnemers, klanten en consumenten: Voor Visserij geldt dat de propositie van de visafslag van belang is, maar zeker ook het cluster eromheen en de snelheid waarmee dat opereert. De lijnen zijn kort, fysiek (voor transport) en in samenwerkingsverband, waardoor efficiënt en snel op geacteerd kan worden. Bedrijven onderschrijven dat. Een transporteur kan niet meer aantrekkelijk opereren als hij niet binnen enkele minuten van de visafslag is gesitueerd en snel kan inspelen op activiteiten op de veiling. Voor Maritiem geldt dat de sterke concurrentiepositie van Urk voornamelijk wordt gevormd door het totale aanbod van bedrijven. Door goede samenwerking kunnen zij hun klanten van optimale dienstverlening voorzien. Schepen kiezen vaak voor bedrijven op Urk, omdat zij hier in één week aanmeren onderhoud, reparatie en aankopen in brede zin kunnen doen, in plaats van dat zij op meerdere plekken terecht moeten. Dat maakt de propositie van het cluster sterk. Bovendien heeft dat een positieve spin-off naar andere bedrijvigheid. Niet alleen profiteren de bedrijven in het maritieme cluster op deze manier van elkaar, maar ook de lokale middenstand profiteert ervan wanneer schepen één of meerdere weken op Urk aanmeren. Zo werkt het cluster faciliterend voor de gehele economie. De vooruitzichten voor het cluster zijn positief de komende jaren. Met name tijdens de crisis is het cluster robuuster geworden en beter bestand tegen economische tegenwind. Het afgelopen decennium is bijvoorbeeld fors geïnvesteerd in kostenbesparende maatregelen, zoals efficiëntere, duurzamere schepen, en zijn de brandstof- en visprijzen door verscheidene maatregelen stabieler geworden, waardoor de revenuen minder volatiel zijn. Vooral de eerstelijnsbedrijvigheid, die op de bedrijfslocaties gevestigd is, is ook minder afhankelijk van enkel de kernactiviteiten op Urk alleen. Als cluster concurreert de Maritiem en Visserij dan ook niet zozeer met nabijgelegen havens als Lelystad, dat voornamelijk op op- en overslag gericht is, maar met andere vergelijkbare clusters, bijvoorbeeld in Werkendam en Stellendam. De ontwikkeling van het cluster is ook de komende jaren aan marktbewegingen onderhevig. De belangrijkste verwachtingen, ontwikkelingen en trends zetten we hieronder uiteen: De scheepvaartproductie en –reparatie zit in de lift, als gevolg van een andere kwalitatieve vraag. Schepen worden steeds groter en door Nederlandse en Europese milieumaatregelen moet een toenemend aantal schepen aangepast worden om aan de richtlijnen te voldoen. Om aan de (milieu)richtlijnen tegemoet te komen werkt de scheepvaart en visserij in toenemende mate met grotere schepen. Zo kan er met minder brandstofkosten en meer laadvermogen efficiënter worden geopereerd. Dit betekent wel dat bedrijven hierdoor op zoek zijn naar meer opslagruimte en extra aaneengesloten kademeters. Deze ontwikkelingen zorgen er in de praktijk voor dat Urk niet voor alle schepen optimaal bereikbaar blijft. Diepte van de vaarwegen van en naar Urk en het aantal kademeters van bedrijven zijn bijvoorbeeld van belang. Dat kan mogelijk beperkend werken voor de groeipotentie van het cluster. Dat werkt ook andersom. Een belangrijke route naar Urk is de route van de Waddenzee naar het IJsselmeer via de sluis bij Kornwerderzand. Op dit moment is de sluis niet ruim genoeg voor grote schepen en werkt deze beperkend voor de bereikbaarheid van Urk voor schepen. Het bedrijfsleven schat in hierdoor 30 à 40% van de opdrachten mis te lopen. Op dit moment wordt dan ook gewerkt aan een verdieping, verbreding en verlenging van de sluis. Een dergelijke refit zou sterk stimulerend werken voor de groeipotentie van het cluster, in het bijzonder in combinatie met de ontwikkeling van de Maritieme Servicehaven. De visverwerkende industrie en alle andere eerstelijnsbedrijven in de Visserij zijn in steeds mindere mate afhankelijk van alleen de kernactiviteiten op Urk. De aanlevering van vis komt in toenemende mate van heel Europa, waardoor economische weerstand voor één land of één haven niet of zeer beperkt belemmerend werkt voor de potentie van het cluster. Daarmee wordt het cluster meer weerbaar. De crisis heeft een omslag in denken in het cluster teweeg gebracht. Er wordt door bedrijven steeds meer gewerkt aan het versterken van het weerstandsvermogen om economische tegenwind op te kunnen vangen. Dat leidt tot startups en andere innovatieve bedrijven die zich in het cluster vestigen en bedrijven die in toenemende mate samenwerken. Er ontstaat bijvoorbeeld samenwerking rondom het verwerken en hergebruiken van visafval voor andere doeleinden. Dat leidt tot nieuwe bedrijvigheid op Urk en een bijdrage aan duurzaamheidsambities. Er is een toenemende de behoefte aan gezond voedsel onder consumenten. De consumentenvraag naar vis neemt hierdoor naar verwachting steeds meer toe. Vanwege deze trend wordt er ook een stijging van de vangst verwacht de komende jaren. Tezamen met trends als stabiele, stijgende visprijzen, lagere olieprijzen en afnemend brandstofgebruik wordt verwacht dat de sector in 2017 met 3% groeit1‘Netherlands Maritime Technology, 2016’. Een groot deel van schepen op het water is ouder dan 20 jaar. Een inschatting van het bedrijfsleven is dat het zelfs om 80% van de schepen gaat. Dergelijke schepen opereren minder efficiënt en met kleinere marges, waarmee ze een steeds beperktere concurrentiepositie hebben. De verwachting is dat een groot deel van de scheepsgebruikers, nu het economisch voor de wind gaat en er vet op de botten komt, gaat investeren in hun vloot. Dat levert een grotere vraag op voor bedrijven in het maritieme cluster. De maritieme sector in toenemende mate gestimuleerd door Nederlandse en Europese subsidieregelingen gericht op een modal shift: congestie en vervoersproblemen over autowegen moeten worden tegengegaan door een vermindering van het transport over de weg en vermeerdering van het transport over water. De verwachting is dat deze groei gestaag doorzet. Dat betekent een toenemende activiteit in maritieme bedrijvigheid in brede zin: niet alleen scheepvaart en overslag, maar ook bijhorende supportdiensten.

Rechtspraak bij dit artikel