Er worden twee vormen van de voorziening aangeboden:
Zorg in natura (ZIN); of
Persoonsgebonden Budget (PGB).
De belanghebbende dient de keuze te worden geboden tussen een voorziening in natura of een hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, tenzij daartegen overwegende bezwaren bestaan.
Alvorens een keuze te laten maken dient de belanghebbende volledig en begrijpelijk voorgelicht te worden over de gevolgen en risico’s van de keuze voor een individuele voorziening in natura of een persoonsgebonden budget.
Indien de belanghebbende kiest voor zorg in natura, dan is het aan het college om er voor te zorgen dat deze voorziening ook wordt verstrekt. Voor hulp bij het huishouden betekent dat het college ervoor moet zorgen dat een door de gemeente gecontracteerde dienstverlener bij de belanghebbende de voorziening in natura levert en op kosten van de gemeente de bij besluit toegekende dienst verleent.
Hoe de door de gemeente gecontracteerde derde de voorziening in natura levert, is in de basis vastgelegd in de overeenkomst die tussen gemeente en dienstverlener is afgesloten. De burger mag niet geconfronteerd worden met enige verantwoordelijkheid als opdrachtgever of werkgever.
Indien de belanghebbende de hulp bij het huishouden zelf wenst te regelen dan kan hij kiezen voor een persoonsgebonden budget. Het persoonsgebonden budget moet worden verstrekt op naam van de persoon die aanspraak heeft op de voorziening. Betaling aan de ondersteuner vindt plaats via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
(Zie hiervoor verder bij Hoofdstuk 4 Verstrekkingsvormen maatwervoorzieningen.)
Het college kan op grond van overwegende bezwaren de keuzemogelijkheid achterwege laten en dus de hulp bij het huishouden als zorg in natura verstrekken. Hiertoe mag het college echter niet lichtvaardig besluiten. De ‘overwegende bezwaren’ mogen derhalve niet te ver worden opgerekt. De overwegende bezwaren kunnen individueel en algemeen van aard zijn.
De overwegende bezwaren van algemene aard moeten zodanig ernstig zijn, dat het voortbestaan van het in geding zijnde systeem van individuele voorzieningen gevaar loopt. Dit moet vervolgens concreet en verifieerbaar onderbouwd met feitelijke gegevens over de risico’s voor het voortbestaan van het systeem, worden gemotiveerd.
In relatie met de individuele voorziening “hulp bij het huishouden” zullen overwegende bezwaren van algemene aard (naar verwachting) niet aan de orde zijn.
Bij overwegende bezwaren van individuele aard gaat het om in de persoon gelegen bezwaren. Dus in gevallen dat het zeer twijfelachtig is dat de belanghebbende een persoonsgebonden budget zal besteden aan datgene waarvoor het wordt gegeven. Het achterwege laten van de keuzemogelijkheid moet kunnen als dat in het belang van de aanvrager is. Hierbij kan worden gedacht mensen met bijvoorbeeld manische buien, verslavingsproblematiek, psychotische stoornissen. Ook indien er vanwege een schuldpositie een reëel risico op beslaglegging op het te verstrekken budget bestaat, kan het bieden van een keuzemogelijkheid achterwege blijven. Als deze mensen echter een goed netwerk hebben die voor hen het beheer kan verzorgen, kan een persoonsgebonden budget als keuze beschikbaar blijven.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.12
Vorm
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Oosterhout 2017