Als hoofdregel geldt hier dat het persoonsgebonden budget toereikend en vergelijkbaar met zorg in natura moet zijn. De hoogte van het budget is mede afhankelijk van de omvang van de hulp bij het huishouden en de door de gemeente gehanteerde uurtarieven.
Met betrekking tot de vergelijkingsmaatstaf van voorzieningen in natura en bij persoonsgebonden budgetten te hanteren uurtarieven kan de hoogte van het uurtarief waarvoor de gemeente hulp bij het huishouden krachtens aanbesteding heeft gecontracteerd als uitgangspunt worden genomen.
Het is een vrije keuze van de belanghebbende om al dan niet zorg in te kopen bij zorgaanbieders die bij de aanbesteding zijn afgevallen, dan wel bij derden, daaronder mede begrepen particulieren, die aan die aanbesteding niet hebben deelgenomen. Ook is het wat de kwaliteit van de zorg aangaat aan de belanghebbende om te kiezen voor de door hem gewenste kwaliteit, met dien verstande dat het tot de verantwoordelijkheid van het college behoort een zodanig persoonsgebonden budget aan te bieden dat de belanghebbende in staat is om met het persoonsgebonden budget, ook in kwalitatieve zin, vergelijkbare zorg bij derden in te kopen.
De door het college te hanteren tarieven dienen voldoende duidelijk te maken of hiervoor zorg kan worden ingekocht van vergelijkbare kwaliteit – in termen van kwaliteitswaarborgen, continuïteit en uren waarop de gecontracteerde zorg al dan niet moet worden geleverd – als de door de gemeente gecontracteerde zorg.
Ten aanzien van de bij een persoonsgebonden budget te hanteren uurtarieven hanteert de Centrale Raad van Beroep (CRvB) het standpunt dat de hoogte van het uurtarief waarvoor de gemeente hulp bij het huishouden krachtens aanbesteding heeft gecontracteerd als uitgangspunt moet worden genomen. Toch heeft de CRvB zich niet uitgelaten dat afwijking in de vorm van een lager uurtarief nooit toelaatbaar is. Duidelijk is dat het spanningsveld tussen de theorie (CRvB) en de praktijk (gemeentelijke budgetten) eigenlijk door de wetgever dient te worden opgelost, bijvoorbeeld door het invoeren van landelijke tarieven. Maar zolang dat dit niet is gebeurd, heeft de gemeente Oosterhout voor de navolgende praktische oplossing gekozen.
De keuze die een aanvrager maakt, moet gebaseerd zijn op volledige voorlichting over alle mogelijke varianten die er zijn. In het geval de aanvrager voor een pgb kiest, zal hij ook de vervolgkeuze moeten maken, waarbij hij aangeeft op welke wijze hij de middelen zal gaan inzetten. Deze vervolgkeuze is bepalend voor het te hanteren tarief en dus voor de omvang van het te verstrekken geldbedrag.
De aanvrager beschikt over 2 vervolgkeuzemogelijkheden, te weten:
Formele zorg
Bij een keuze voor inkoop van formele (=professionele) zorg (dus bij een thuiszorgleverancier) zijn de via aanbesteding gecontracteerde uurtarieven weliswaar richtinggevend, maar het door de aanvrager daadwerkelijk verschuldigde uurtarief is hier, voor zover redelijk, maatgevend.
Ter verificatie van zowel het verschuldigde tarief als de ingekochte zorg moet de aanvrager een afschrift van de inkoopovereenkomst overleggen. In deze situaties zal echter het alternatief ‘zorg in natura’ indringend onder de aandacht worden gebracht, zodat een uiteindelijke keuze voor het persoonsgebonden budget zeer bewust tot stand komt. In 2017 is het tarief voor HbH1 € 16,40 en voor HbH2 € 19,10 per uur.
Informele zorg
Bij een keuze voor informele zorg (bijv. door een eigen kind of de buurvrouw) is het tarief voor 2017 bij HbH1 € 13,50 en voor HbH2 € 15,65. In deze situatie dient zorgvuldigheidshalve samen met de aanvrager geconcludeerd te worden dat met de te verlenen voorziening in voldoende mate gecompenseerd wordt. M.a.w. dat met het te verkrijgen bedrag aan persoonsgebonden budget de door de aanvrager gewenste zorg kan worden ingekocht. Indien de aanvrager zich op het standpunt stelt dat dit in zijn situatie niet het geval is en hij dit feitelijk kan onderbouwen, dan is bij het ontbreken van een “contra-indicatie” van de zijde van de gemeente het door de aanvrager ingebrachte tarief maatgevend.
ZIN
PGB-formeel*
PGB-informeel*
HBH-1
22,50
16,40
13,50
HBH-2
26,15
19,10
15,65
* PGB formeel € 16,40 (= ZIN-tarief – 27% werkgeverslasten uit Code verantwoordelijk marktgedrag thuisondersteuning))
* PGB informeel € 13,50 (= PGB-formeel tarief – 18% indirecte en overige kosten)
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 3.1.13
Hoogte persoonsgebonden budget
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Oosterhout 2017