Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Vaststelling tegenprestatie naar vermogen

Onderdeel van Beleidsregels Tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Schouwen-Duiveland 2017.

1. Het college stelt de aard, omvang en duur van de tegenprestatie vast, op basis van maatwerk waarbij individuele mogelijkheden en omstandigheden van belanghebbende in acht worden genomen; 2. Daarnaast wordt de tijdsduur van de verrichte onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten, in de vorm van vrijwilligerswerk en mantelzorg, in de beoordeling van het college meegewogen; 3. Uitganspunt is dat belanghebbende per week minimaal 2 en maximaal 10 uur werkzaamheden voor de duur van minimaal 3 maanden en maximaal 5 maanden per jaar, verricht in het kader van de tegenprestatie, tenzij er, naar het oordeel van het college, redenen zijn om dit aantal lager te bepalen; 4. Indien belanghebbende slechts in beperkte mate activiteiten kan verrichten, worden specifieke afspraken gemaakt met betrekking tot de aard en de mogelijkheden van de tegenprestatie; 5. Is elke activiteit onmogelijk, dan ontheft het college belanghebbende van de verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie naar vermogen op grond van artikel 3 lid 3 van de verordening Tegenprestatie Participatiewet IOAW en IOAZ gemeente Schouwen-Duiveland.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel