Voordat een gedragsaanwijzing wordt gegeven zoals bedoeld in artikel 2:80 APV, wordt zo mogelijk eerst gebruik gemaakt van een minder zwaar middel zoals buurtbemiddeling, mediation of ondersteuning.
Bij de keuze van de wijze waarop een overlastsituatie wordt aangepakt, wordt rekening gehouden of de overlastgever(s) kamp(t)(en) met een psychische of psychiatrische aandoening.
Als er psychische of psychiatrische aandoeningen aan de orde zijn, is er een centrale en zwaarwegende rol weggelegd voor de hulpverleningsinstanties.
Als de woonoverlast na de inzet van een minder zwaar middel niet stopt, dan bepaalt de burgemeester, eventueel in overleg met de reeds ingeschakelde instanties of hij toepassing geeft aan de gedragsaanwijzing en handhaving daarvan als bedoeld in artikel 2:80 APV.
Ook indien de frequentie en de intensiteit van de overlast, eventueel in combinatie met risico’s voor omwonenden, dusdanig groot zijn dat de veiligheid in het geding is, en er op dat moment geen andere mogelijkheden zijn, legt de burgemeester een gedragsaanwijzing op. Deze kan ook betrekking hebben op de omgeving van de overlastgever(s) voor zover deze invloed heeft op het overlast gevende gedrag.
Alle verkregen informatie wordt vastgelegd in een situatierapport.
Artikel 6