Als het situatierapport, als bedoeld in artikel 6 lid 6, de toepassing van artikel 2:80 APV rechtvaardigt, stuurt de burgemeester eerst een waarschuwing aan de veroorzaker(s) van de woonoverlast. Indien de aard en mate van de woonoverlast vereisen dat onmiddellijk een gedragsaanwijzing aan de veroorzaker(s) van de overlast wordt opgelegd, zal deze niet voorafgegaan worden door een waarschuwing.
De burgemeester zal de veroorzaker van de woonoverlast in de waarschuwing opdragen er voor zorg te dragen dat de gedraging(en) die de woonoverlast voor omwonenden veroorzaakt of veroorzaken wordt of worden gestaakt.
In de waarschuwing staat welke gedragingen moeten worden beëindigd of niet mogen worden herhaald. Daarbij wordt eveneens het opleggen van een gedragsaanwijzing in het vooruitzicht gesteld indien de bedoelde gedragingen niet binnen de gestelde termijn zijn gestaakt.
De veroorzaker van de woonoverlast wordt in de gelegenheid gesteld om op de waarschuwing te reageren.