Inwoners met een bijstandsuitkering, IOAW- of IOAZ-uitkering, zijn verplicht actief mee te werken aan de re-integratie. Als de gemeente voorzieningen aanbiedt die de inwoner helpen in de richting van werk, dan moet de inwoner actief meewerken. Bovendien is de inwoner verplicht om te solliciteren en werk te accepteren. Voor sommige groepen geldt een uitzondering op deze regel.
Uitzondering 1: alleenstaande ouders
Een alleenstaande ouder die de zorg heeft voor één of meer ten laste komende kinderen tot 5 jaar, stelt de gemeente op verzoek vrij van de verplichting om werk te zoeken en te aanvaarden. Het gaat om ouders die alleen wonen, voor het kind kinderbijslag ontvangen en voor het kind zorgen. De vrijstelling duurt totdat het jongste kind 5 jaar is geworden. De alleenstaande ouder kan in totaal maximaal 5 jaar vrijgesteld worden van de arbeidsverplichting. De gemeente kan de alleenstaande ouder die vrijgesteld is, wel voorzieningen aanbieden die de alleenstaande ouder richting werk helpen. De alleenstaande ouder is verplicht aan die voorzieningen mee te werken. Doet de alleenstaande dat niet, dan kan de gemeente de vrijstelling van de arbeidsverplichting weigeren of intrekken. Gaat het om een alleenstaande ouder die nog geen startkwalificatie heeft, dan biedt de gemeente scholing aan waardoor de arbeidskansen stijgen.
Uitzondering 2: dringende redenen
De inwoner met een bijstandsuitkering kan vrijgesteld worden van de arbeidsverplichting en van de verplichting om mee te werken aan hulp die de gemeente de inwoner aanbiedt. Die vrijstelling kan alleen worden ingezet als er sprake is van dringende redenen. Dat is het geval als het niet redelijk is om van de inwoner te verwachten dat hij actief bezig is met re-integratie. Voorbeelden van dringende redenen zijn:
de inwoner geeft mantelzorg en dat is zo intensief, dat er geen ruimte meer is voor werk of om mee te doen aan voorzieningen gericht op werk, terwijl (kinder)opvang een andere oplossing voor de mantelzorg niet mogelijk zijn;
de inwoner is volledig en blijvend arbeidsongeschikt;
de inwoner is niet in staat om betaald werk te doen, omdat de inwoner een verstandelijke beperking of psychiatrische aandoening heeft, of een indicatie voor de Wet langdurige zorg;
de inwoner neemt deel aan een intensief medisch programma, gericht op behandeling van een ziektebeeld.
De vrijstelling is tijdelijk, behalve in het geval de inwoner volledig en blijvend arbeidsongeschikt is.
Artikel 1.10
Vrijstelling van arbeidsplicht
Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Kampen 2018