Naar hoofdinhoud

Artikel 1.9

Taal, inburgering en statushouders

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie gemeente Kampen 2018

Taal Inwoners met een bijstandsuitkering zijn verplicht om te werken aan de Nederlandse taal als zij die onvoldoende beheersen (artikel 18a Participatiewet) en in staat zijn om daarin vorderingen te maken. Daarover gaan de beleidsregels ‘Wet Taaleis Participatiewet Kampen’11. Als uit een taaltoets blijkt, dat de inwoner de taal onvoldoende beheerst, bepreekt de consulent met de inwoner hoe hij daaraan gaat werken. De consulent betrekt daarbij de persoonlijke situatie en de werksituatie van de inwoner. Uitgangspunt is dat werken aan taal er niet toe mag leiden dat de inwoner minder gaat werken. Gezocht moet worden naar een goed evenwicht. Werkt de inwoner onvoldoende mee, dan kan de bijstand worden verlaagd met 20% van de bijstandsnorm totdat de inwoner voldoende meewerkt. Bij herhaling wordt de bijstand opnieuw verlaagd met een hoger percentage. 11 Zie: (http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Actueel/Kampen/CVDR601833.html). Statushouders en inburgering Statushouders (inwoners met andere nationaliteit en een verblijfsvergunning) die in Kampen komen wonen, hebben vaak een bijstandsuitkering. Ze zijn dan verplicht om te werken aan werk, als ze kunnen werken, maar ook om te werken aan inburgering. Het leren van de Nederlandse taal is een belangrijk onderdeel van de inburgering én ook belangrijk om aan het werk te kunnen gaan. De statushouder is zelf verantwoordelijk om taalonderwijs te zoeken en te volgen. Nadat de statushouder bericht heeft gekregen over de toekenning van een bijstandsuitkering, beoordeelt de consulent statushouders van de gemeente of de statushouder kan werken. Is dat niet het geval, dan wordt de statushouder overgedragen aan een consulent zorg. Voor de statushouder die kan werken geldt, dat de consulent statushouders van de gemeente bekijkt welke mogelijkheden er zijn om vrijwilligerswerk te doen of op een werkervaringsplek werkervaring op te doen, als voorbereiding op betaald werk en versnelling van het leren van de taal. Soms is een aanvullende cursus of scholing nodig. Ook dat kan dan worden ingezet. Om de statushouder te helpen bij de eerste stappen op weg naar werk, kan de gemeente ook een job-coach inzetten. De consulent statushouders beoordeelt na verloop van 6-12 maanden de vorderingen van de inburgering, de taalontwikkeling én de mogelijkheden om aan het werk te gaan. Is de statushouder in staat om te gaan werken naast het inburgeringstraject, dan onderzoekt de consulent samen met de statushouder welke stappen er gezet gaan worden om aan het werk te komen. Uitgangspunt is dat de statushouder zo snel mogelijk aan het werk gaat en liefst in zijn eigen vakgebied en op zijn eigen niveau. Dat betekent ook, dat de consulent samen met de statushouder nagaat welke kansen op werk er zijn in en buiten Kampen en welke hulp er nodig is om aan de slag te kunnen gaan. De consulent betrekt daarbij de mogelijkheden en wensen van de statushouder, de persoonlijke situatie, de arbeidsmarktsituatie en eventuele vervolgopleidingen die nodig zijn om werk te vinden. De afspraken over werk legt de consulent vast in een trajectplan (zie ook 1.7). De consulent volgt en ondersteunt de statushouder daarna waar dat nodig is. Als de statushouder/inburgeringsplichtige kan werken en onvoldoende meewerkt om te werken aan werk of om de taal te leren, dan kan de gemeente de uitkering een maand verlagen met 100%.

Rechtspraak bij dit artikel