Een grote groep inwoners kan een beroep doen op de gemeente voor hulp om aan het werk te gaan. Omdat de financiële middelen beperkt zijn, heeft de gemeente keuzes gemaakt bij het besteden van het budget en kunnen niet alle voorzieningen ingezet worden voor de hele doelgroep. In deze beleidsregels zijn de keuzes van de gemeente vastgelegd.
Wettelijke doelgroepen
De gemeente helpt inwoners die vallen onder één van de volgende doelgroepen (art. 7 Participatiewet). Het gaat hierbij in ieder geval om inwoners van 18 jaar of ouder die nog niet de pensioenleeftijd hebben:
Inwoners met een gemeentelijke uitkering (Participatiewet, IOAW, IOAZ).;
inwoners zonder uitkering en zonder werk (zgn. nuggers);
inwoners met een nabestaandenuitkering (ANW);
werknemers met loonkostensubsidie;
inwoners die met loonkostensubsidie aan het werk zijn gegaan, hun baan zijn kwijtgeraakt door ziekte/beperking, ZW- of WIA-uitkering ontvangen en op het moment van ontslag nog niet twee jaar zelfstandig (zonder loonkostensubsidie) het minimumloon hebben verdiend.
De wet maakt het ook mogelijk dat bepaalde voorzieningen door de gemeente worden ingezet voor inwoners die buiten de wettelijke doelgroep vallen. Het gaat hier met name om:
beschut werk: deze voorziening kan ook worden ingezet voor inwoners met een UWV-uitkering;
loonkostensubsidie: deze kan ook worden ingezet voor jongeren die vanuit het voortgezet speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs of de entreeopleiding MBO (binnen 6 maanden) zijn gaan werken bij een werkgever.
Jobcoaching en andere voorzieningen: deze kunnen ook worden ingezet voor 16 en 17-jarigen zonder werk en zonder startkwalificatie als de jongere aan een werk- leertraject (BBL) gaat deelnemen. Loonkostensubsidie en andere voorzieningen kunnen dan ook worden ingezet.
‘Focus op werk’
Binnen de doelgroepen heeft de gemeenteraad ervoor gekozen om de volgende doelgroepen extra aandacht te geven:
Inwoners die dicht bij de arbeidsmarkt staan (inwoners die korter dan 2 jaar werkloos zijn). Voor hen geldt: de gemeente helpt ze om zo snel mogelijk aan het werk te gaan. Zij moeten elke vorm van werk accepteren (algemeen geaccepteerde arbeid).
Inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken. De gemeente werkt eraan om het maximaal aantal beschutte werkplekken dat het rijk heeft opgelegd te realiseren (2018:12 werkplekken). Voorrang krijgt daarbij de groep kwetsbare jongeren. Het gaat dan vaak om jongeren die praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs hebben gevolgd en schoolverlaters zonder diploma.
Kwetsbare jongeren. De gemeente zet zich ervoor in om kwetsbare jongeren die om verschillende redenen het onderwijs gaan verlaten of dreigen uit te vallen te ondersteunen (vaak jongeren zonder startkwalificatie). Naast beschut werk (zie boven) wordt actief loonkostensubsidie en andere voorzieningen voor deze groep ingezet waar dat nodig is.
De inzet van financiën, voorzieningen en personeel is vooral gericht op deze groepen.
Re-integratievoorzieningen
In de Re-integratieverordening zijn de belangrijkste hulpmiddelen (voorzieningen) vastgelegd. De gemeente kan ook andere voorzieningen aanbieden als dat zinvol is om iemand te ondersteunen richting werk. De voorzieningen die in de verordening zijn geregeld worden hieronder besproken.
Niet ieder traject of iedere voorziening is geschikt voor de werkzoekende. Om te kunnen bepalen welke voorziening ingezet wordt, gebruikt de gemeente de zgn. participatieladder. Dat is een hulpmiddel waarmee de afstand tot de arbeidsmarkt van inwoners wordt bepaald. Bij de inzet voorzieningen wordt daarmee rekening gehouden.
Trajectplan
Als een inwoner recht heeft op een uitkering, wordt samen met de inwoner een trajectplan opgesteld. In het plan wordt stilgestaan bij de positie van de inwoner op de arbeidsmarkt en wordt omschreven welke sterke punten en belemmeringen van belang zijn voor werk. In het trajectplan worden concrete doelen en activiteiten opgenomen, gericht op werk of maatschappelijke activiteiten. In het trajectplan wordt ook de hulp vanuit de gemeente concreet gemaakt.
Opvragen medisch advies
De persoonlijke situatie van de inwoner bepaalt welke voorzieningen zinvol zijn richting werk. Het is daarom nodig om een goed beeld te krijgen van eventuele arbeidsbeperkingen. Daarom zal de gemeente soms een arbeidsmedisch moeten aanvragen. Zo’n advies kan op dit moment (2018) aangevraagd worden bij ‘Aussems en Kerkvliet’.
Voor de gemeente of voor inwoners is het niet mogelijk om van de huisarts of een behandelend specialist een medisch advies te krijgen. Dat bepalen de richtlijnen van de KNMG (beroepsvereniging van artsen). Wel kan een medisch adviseur in opdracht van de gemeente een arts vragen zo’n verklaring te geven of medische informatie te delen. Voorwaarde is wel dat de inwoner daarmee instemt. Op grond van de informatie van de adviseur kan de gemeente bepalen welke voorzieningen goed passen en of de inwoner vrijgesteld moet worden van de arbeidsverplichtingen (zie verder 1.10).