In dit hoofdstuk staan kostensoorten die veel voorkomen. Voor al deze kosten geldt dat de algemene voorwaarden voor bijzondere bijstand van toepassing zijn (hoofdstuk 6). Soms gelden er bijzondere regels. Deze staan hieronder.
7.1 Woonkosten
Voor het betalen van de huur is er vaak een voorliggende voorziening: de huurtoeslag. De wetgever gaat ervan uit dat deze toeslag voldoende is. Bijzondere bijstand voor de huur is niet mogelijk, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Dat kan het geval zijn, als een huurder over een deel van de eerste maand huur moet betalen. Daarover wordt geen huurtoeslag verstrekt. De bijstand is dan gelijk aan het evenredige deel van de huurtoeslag die de inwoner over die maand had kunnen ontvangen. Bijstand voor woonkosten heet woonkostentoeslag.
Als de inwoner geen huurtoeslag krijgt omdat de huur te hoog is, kan er ook een bijzondere situatie zijn. De inkomensconsulent bespreekt met de inwoner de oorzaak van de hoge woonlasten en de mogelijkheden om goedkopere woonruimte te zoeken en te verhuizen. De woonkostentoeslag berekenen we als volgt:
Welke huurtoeslag zou de inwoner maximaal kunnen krijgen voor deze woning? Dat bedrag kan als bijzondere bijstand worden verstrekt
In hoeverre zijn de woonkosten hoger dan de maximale huurgrens voor de betreffende woning in de situatie van de inwoner? Voor die hogere woonlasten kan dan ook bijzondere bijstand worden verstrekt
Onder woonkosten verstaan we de ‘kale’ huur. Dat is de huur die we voor de huurtoeslag meetellen. Daarnaast kunnen we servicekosten meenemen. Het gaat om de servicekosten waarvoor huurtoeslag kan worden verstrekt. Zie ook: www.toeslagen.nl. De woonkostentoeslag betalen we voor een afgebakende periode uit (in principe maximaal één jaar). De inwoner zet zich in om goedkopere woonruimte te zoeken.
Voor de huur van een kamer of voor kostgeld wordt in principe geen bijstand verleend. Voor de huur van een woonwagen is wel bijstand mogelijk.
Woonkostentoeslag bij eigen woning
Een inwoner met een eigen huis kan geen huurtoeslag krijgen. De inkomensconsulent bespreekt met de inwoner wat er nodig is. Dat hangt af van de omstandigheden en kan betekenen dat de inwoner de woning te koop zet en andere woonruimte zoekt. Als woonkostentoeslag nodig is, kan deze beperkt worden tot de periode die nodig is voor de verkoop, maar in principe voor maximaal één jaar. Is het nodig dat er woonkostentoeslag wordt verstrekt, dan geldt het volgende: de kosten van de hypotheekrente, de zakelijke lasten en een bedrag voor onderhoud (normen van het Ministerie van VROM) tellen we mee voor de hoogte van de woonkosten. We houden ook rekening met de (voorlopige) belastingteruggaaf. Op basis van deze woonkosten berekenen we de woonkostentoeslag op dezelfde manier als voor een huurwoning.
Waarborgsom, administratiekosten en eerste huur
Bij een noodzakelijke huisvesting of verhuizing, kan er sprake zijn van een bijzondere situatie. Als er geen andere mogelijkheden zijn om een waarborgsom, administratiekosten en/of de eerste huur te betalen, kunnen we bijzondere bijstand verstrekken. De bijstand voor een waarborgsom is in principe een lening. Met de inwoner worden afspraken gemaakt over terugbetaling. Als er ook bijzondere bijstand nodig is voor de inrichting van de woning, dan heeft dit gevolgen voor de maximale hoogte van de bijzondere bijstand voor de woninginrichting. Zie punt 7.9.
Woonlasten bij tijdelijke opname in een inrichting of bij detentie
Tijdens een opname in een inrichting zullen de woonlasten vaak doorlopen. Soms is het ook nodig dat het huisraad wordt opgeslagen. Voor deze kosten kan bijzondere bijstand worden verstrekt, als er geen andere mogelijkheden zijn. Gaat het om een langere opname dan beoordeelt de inkomensconsulent of het verstandig is om de huur op te zeggen. In de praktijk houden we een periode van maximaal één jaar als richtlijn aan.
Tijdens detentie kunnen we in principe geen bijstand voor doorlopende woonlasten verstrekken. In bijzondere situaties kunnen we een uitzondering maken. Belangrijk is de vraag: wat zijn de gevolgen als er geen bijstand wordt verstrekt?
7.2 Medische kosten
Voor medische kosten kan vaak een beroep worden gedaan op de Zorgverzekeringswet, de Wet langdurige zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Met ‘medisch’ bedoelen we ook: psychosociaal. Het is in principe niet nodig om voor medische kosten bijzondere bijstand te verstrekken. Toch kan bijzondere bijstand soms noodzakelijk zijn omdat de genoemde regelingen de kosten niet (voldoende) vergoeden.
Collectieve zorgverzekering
Om de kosten van een zorgverzekering te beperken, is er een collectieve zorgverzekering met Zilveren Kruis afgesproken (zie hierboven 5.2). De inwoner is niet verplicht om daaraan mee te doen. Dat is een eigen keus.
Aanvullende bijstand mogelijk?
Voor overblijvende medische kosten kunnen we bijzondere bijstand verstrekken, zolang het gaat om kosten die noodzakelijk zijn. Die noodzaak nemen we aan, bij eigen bijdragen die door de wetgever zijn vastgesteld, zoals voor zittend ziekenvervoer. Voor medicijnen geldt, dat eigen bijdragen voor rekening van de inwoner blijven, als ook een goedkoper geneesmiddel gebruikt kan worden en er geen dringende medische noodzaak voor het duurdere middel is. De eigen bijdrage voor thuiszorg blijft voor eigen rekening van de inwoner. Dat geldt ook voor het eigen risico in de Zorgverzekeringswet.
Voor medische kosten die niet in het basispakket van de Zorgverzekeringswet zijn opgenomen, gaat de gemeente ervan uit dat deze niet noodzakelijk zijn of zo algemeen gebruikelijk, dat ze voor rekening van de inwoner blijven. Dit is bijvoorbeeld het geval bij brillen en contactlenzen of bij de huisapotheek. In bijzondere situaties kunnen we anders besluiten, op basis van een medische indicatie. Voor tandartskosten is bijzondere bijstand mogelijk als de kosten noodzakelijk zijn. Per situatie beoordelen we dit.
Voor bepaalde medische kosten is in het basispakket een maximum aantal behandelingen of een maximale vergoeding vastgesteld. Voor extra kosten geven we dan in principe geen bijstand. Voor sommige kosten geldt dat de eigen bijdrage ook wordt opgelegd omdat de inwoner geld bespaart. Dat is bijvoorbeeld zo voor orthopedisch schoeisel. Dan kan geen bijstand worden verleend voor het deel dat de inwoner bespaart. De NIBUD-prijzengids geeft daarvoor geschikte normen.
Hoogte van de bijstand?
Ook voor medische kosten geldt: de goedkoopste behandeling of uitvoering bepaalt de hoogte van de bijstand.
7.3 Andere kosten als gevolg van ziekte of handicap
Voor kosten , die raakvlakken hebben met medische kosten, kunnen we bijstand geven als de medische of sociale noodzaak is vastgesteld en de kosten niet op een andere manier kunnen worden vergoed.
Het gaat bijvoorbeeld om de kosten van batterijen bij gehoortoestellen, kosten van extra slijtage en bewassing van beddengoed en kleding als gevolg van chronische ziekte of handicap en extra stookkosten als gevolg van chronische ziekte of handicap. Om te bepalen welke extra stookkosten er zijn, gaan we uit van de vuistregel, dat elke graad verhoging van de temperatuur een extra verbruik met zich meebrengt van 7%.
Voor al deze kosten geldt, dat we alleen de extra kosten kunnen vergoed via de bijzondere bijstand. Om te bepalen hoe hoog die extra kosten zijn, maken we gebruik van de laatste NIBUD-prijzengids.
Sommige kosten zijn ook aftrekbaar voor de Inkomstenbelasting. Met die (mogelijke) aftrekbaarheid houden we geen rekening.
7.4 Kosten van bewindvoerder, curator en mentor
Soms heeft iemand een bewindvoerder, curator of mentor nodig. Een bewindvoerder kan nodig zijn als inwoners probleemschulden hebben of niet goed in staat zijn hun financiële huishouding zelf te voeren. De gemeente zet zich ervoor in dat deze inwoners goed worden ondersteund, bijvoorbeeld met budgetbeheer en schulddienstverlening. Als de rechter beschermingsbewind, curatele of mentorschap oplegt, dan zijn de kosten die daaraan zijn verbonden noodzakelijk. Voor deze kosten is bijzondere bijstand mogelijk. Het bedrag dat maximaal verstrekken wordt berekend volgens de Regeling curatoren, bewindvoerders en mentoren17, tenzij de rechter in zijn beschikking iets anders aangeeft. De bijstand duurt in principe een jaar.
17 Zie http://wetten.overheid.nl/BWBR0035730/2016-10-01
7.5 Rechtsbijstand
Als een inwoner rechtsbijstand nodig heeft, dan kan de inkomensconsulent met de inwoner de mogelijkheden bespreken. Is er een goedkope manier mogelijk, zoals een rechtsbijstandverzekering of iemand uit het eigen netwerk met juridische kennis, dan gaat dit voor. Ook hier geldt, dat we de goedkoopste passende manier vergoeden. Krijgt de inwoner een advocaat toegevoegd, dan kunnen we voor de eigen bijdrage bijstand verstrekken. Het maakt daarbij niet uit of de inwoner wel of niet eerst bij het juridisch loket is geweest. De eigen bijdrage kan volledig worden vergoed. Heeft de inwoner een advocaat die niet door de Raad voor de rechtsbijstand is toegevoegd, dan blijven de kosten in principe voor eigen rekening.
7.6 Reiskosten
Kosten voor vervoer moet de inwoner in principe zelf betalen als het gaat om privé-activiteiten of om werk. Dat kan anders liggen, als het gaat om noodzakelijke reiskosten naar een bestemming buiten de gemeente Kampen. Denk daarbij aan reiskosten voor een bezoek aan een gedetineerd of ernstig ziek gezinslid elders in Nederland. Als er geen andere voorziening in de kosten is en de inwoner geen andere (gratis) oplossingen heeft weten te vinden voor het vervoer (carpooling, beroep op vrienden en familie) kunnen we bijstand geven. Als de inwoner geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer, kunnen we de kosten voor het gebruik van de auto vergoeden voor maximaal € 0,19 per km. In overleg met de inwoner bepaalt de inkomensconsulent hoe vaak een bezoek moet worden gebracht. Vuistregel is, dat hoe inniger de relatie, hoe vaker de reis noodzakelijk is.
7.7 Begrafenis- of crematiekosten
De kosten van een begrafenis of crematie moet de inwoner betalen uit de nalatenschap en een evt. uitvaartverzekering. Soms kan de inwoner een beroep doen op andere bronnen, zoals het sociaal netwerk. Als de inwoner de kosten niet kan betalen, kan die inwoner in aanmerking komen voor bijstand, als hij erfgenaam is en heeft meebetaald aan de uitvaart. Vuistregel is dat bijstand we bijstand verlenen tot maximaal het erfrechtelijk deel dat de erfgenaam aan kosten heeft, na aftrek van de uitkering van een uitvaartverzekering. Voor een crematie vergoeden we maximaal € 4.750,- en voor een begrafenis maximaal € 6.500,-. Dit bedrag delen we door het aantal erfgenamen. De bijstand betalen we op basis van de nota’s die de inwoner heeft opgestuurd.
Als de inwoner geen erfgenaam is, maar een andere verhouding tot de overledene had, dan beoordelen we per situatie of er bijstand kan worden verleend. Dit is afhankelijk van de aard van de relatie tot de overledene (partner, vriend, collega, etc.), de aanwezigheid en houding van erfgenamen, andere mogelijkheden om in de kosten te voorzien en eigen middelen.
7.8 Legeskosten voor verblijfsvergunning
Voor het aanvragen van een verblijfsvergunning moet een inwoner meestal kosten maken. Het gaat dan om legeskosten voor de behandeling van de aanvraag. Alleen bij een verlenging van de vergunning kan bijstand worden verstrekt voor deze kosten. De bijstand is ‘om niet’ (als gift) en verlagen we met het bedrag dat een Nederlander moet betalen voor een identiteitsbewijs. Bij een vervolgaanvraag binnen een periode van tien jaar (of vijf jaar voor een minderjarige) brengen we dit bedrag niet meer in mindering.
7.9 Huishoudelijke apparaten en verhuizing
Spullen die voor een huishouding noodzakelijk zijn komen in principe voor rekening van de inwoner. Heeft de inwoner geen andere mogelijkheden om reparatie, aanschaf of vervanging te kunnen betalen, dan kunnen we in bijzondere gevallen bijzondere bijstand geven. Het moet dan gaan om goederen die in een huishouden noodzakelijk zijn, zoals een wasmachine, koelkast of eettafel.
Gaat het om vervanging van een noodzakelijk apparaat, dan beoordeelt de inkomensconsulent eerst of reparatie mogelijk is. Als dit een passende oplossing is, gaat dat voor. Om te beoordelen of de vervanging noodzakelijk is, kan de consulent een huisbezoek afleggen.
De bijstand is in principe maximaal het bedrag dat in de NIBUD-prijzengids staat. Zijn de kosten lager, dan geven we het lagere bedrag. De bijstand heeft de vorm van een lening, tenzij dit niet zinvol is door de bijzondere omstandigheden in de individuele situatie. Dat is in ieder geval zo, als er een schuldregeling loopt, of als de inwoner in de wettelijke schuldsanering zit. Ook voor inwoners met AOW geldt dat we bijstand in principe ‘om niet’ verstrekken.
De bijstand wordt betaald op basis van een nota. Dit kan ook een nota zijn waarop het bedrag staat dat het gebruiksgoed gaat kosten (pro-formanota). De kosten worden zoveel mogelijk rechtstreeks aan de leverancier betaald.
Voor de volledige inrichting van een woning geldt hetzelfde als voor huishoudelijke apparaten. Er zijn enkele verschillen: De hoogte van de bijzondere bijstand berekenen we aan de hand van de door Divosa vastgestelde tabellen, die verschillen per type huishouden en aantal personen.
Gaat het om andere kosten, zoals verf en behang, dan kunnen we per huishouding een bedrag ‘om niet’ (als gift) geven. Daarvoor hebben we de volgende vuistregel: voor deze kosten geven we bij een éénpersoonshuishouden € 200,- en bij grotere huishoudens voor iedere extra bewoner € 25,- meer. De inwoner die deze bijstand krijgt, moet rekeningen bewaren, zodat we deze achteraf kunnen controleren.
Voor de kosten van een verhuizing geven we bijzondere bijstand voor transportkosten van de inboedel, als de verhuizing op medische of sociale gronden noodzakelijk is en er geen andere oplossingen mogelijk zijn. Verhuizing naar een kleinere woning of verzorgingshuis door ouderdom vindt de gemeente ook noodzakelijk. Een voorliggende voorziening voor deze kosten is in ieder geval: een maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo door een medisch noodzakelijke verhuizing of een tegemoetkoming van de werkgever waarop de inwoner aanspraak kan maken.
7.10 Baby-uitzet
De kosten van een kraampakket/baby-uitzet zijn in principe voor eigen rekening. De inwoner kan zich op de bevalling voorbereiden en daarvoor geld opzij leggen of een andere oplossing zoeken. Het kan zijn dat de inwoner beroep kan doen op anderen of andere organisaties. Denk bijvoorbeeld aan Stichting babyspullen18. In bijzondere situaties is er toch bijstand mogelijk. Voorbeelden zijn: geboorte meerling, hogere kosten bij medische complicaties, zedenmisdrijf.
Voor de hoogte van de bijstand sluiten we aan bij de NIBUD-prijzengids. Bijstand wordt als lening verstrekt, tenzij dit niet zinvol is door de bijzondere omstandigheden in de individuele situatie.
Een inwoner kan een aanvraag doen na de 6e maand van de zwangerschap. Dient de inwoner een aanvraag in voor die tijd, dan kan de consulent wachten tot na de 6e maand met het nemen van een besluit. De inkomensconsulent kan de inwoner vragen om een zwangerschapsverklaring van de verloskundige over de vermoedelijke datum van bevalling.
18 Zie: https://www.signalenkaartarmoede.nl/organisatie/babyspullen
7.11 Aanvullende uitkering voor jongeren
Bijzondere bijstand is het vangnet van de sociale zekerheid. Soms is het overduidelijk, dat het inkomen van de inwoner te laag is om de kosten van levensonderhoud te betalen, maar zijn er geen andere voorzieningen om het inkomen aan te vullen. Dan kan bijzondere bijstand in beeld komen.
Bijzondere bijstand voor levensonderhoud voor jongeren van 18-21 jaar
Voor jongeren van 18 tot 21 jaar geldt dat zij algemene bijstand kunnen krijgen, als ze geen andere mogelijkheden hebben om in het levensonderhoud te voorzien. Deze bijstandsnormen zijn laag, zodat een jongere die op zichzelf woont daar meestal niet genoeg aan heeft om van te leven. De inkomensconsulent kan dan nagaan of er aanvullende bijzondere bijstand kan worden verstrekt. Dat is pas mogelijk, als de jongeren geen beroep kunnen doen op hun ouder(s). Tot de 21-jarige leeftijd valt de jongere nog onder de onderhoudsplicht van de ouder(s), dus de gemeente moet er zeker van zijn dat de jongere dit niet, of niet voldoende, kan aanspreken. De gemeente gaat ervan uit, dat de onderhoudsplicht van de ouder(s) in ieder geval niet kan worden aangesproken, als:
De ouder(s) in het buitenland woont;
De jongere buiten het gezin is geplaatst op grond van de Jeugdwet, of
Er een acute noodsituatie is, waarin de jongere zelf geen verandering kan brengen. Er is dan een indicatie van een hulpverlenende organisatie nodig.
De totale bijstand (bijzondere bijstand plus de algemene bijstand) is gelijk aan de bijstandsnormen die gelden voor personen van 21 jaar en ouder, maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, in dezelfde leef- en woonsituatie (inclusief de kostendelersnorm).
Bijzondere bijstand voor jongeren van 18-21 jaar in een inrichting
Jongeren van 18 tot 21 jaar die in een instelling wonen hebben geen recht op algemene bijstand. Wel kan bijzondere bijstand worden verstrekt. Ook daarvoor geldt, dat de gemeente eerst moet beoordelen, of de onderhoudsplicht van de ouder(s) aangesproken kan worden. De bijzondere bijstand is in principe beperkt tot de normen die gelden voor 21-plussers die in een inrichting verblijven.
Als de ouder(s) niet willen bijdragen in de kosten, dan onderzoekt de gemeente de mogelijkheden om de verstrekte bijstand te verhalen op de ouders.
7.12 Stapeling van kosten
Inwoners die gebruik maken van voorzieningen van de gemeente of van andere instanties, hebben vaak te maken met eigen bijdragen. De kosten worden dan maar voor een deel vergoed en een ander deel blijft voor rekening van de inwoner. Het gaat vaak om medische kosten, maar ook bij andere kosten kan dit aan de hand zijn, bijv. bij leerlingenvervoer of kinderopvang.
De gemeente heeft geen beleid vastgesteld over stapeling van eigen bijdragen. Er zijn zoveel verschillende soorten situaties denkbaar dat het niet goed mogelijk is om daarop beleid te voeren. Wel geldt voor medische kosten, dat de fiscale aftrekbaarheid (buitengewone uitgaven) en de regeling chronisch zieken een zekere compensatie bieden voor eigen bijdragen. Daarnaast geldt, dat als de inwoner te maken heeft met een aantal eigen bijdragen, de gemeente kan beoordelen of in de individuele situatie bijzondere bijstand kan worden verleend (maatwerk).
Artikel 7.
Veel voorkomende kostensoorten
Onderdeel van Beleidsregels armoedebestrijding gemeente Kampen 2018