Naar hoofdinhoud
Bij het opleggen van een verzuimboete voor het niet, of niet op tijd verzoeken om uitreiking van de aangiftebrief legt de heffingsambtenaar een boete op van 10% van de verschuldigde belasting met een maximum van € 2.639. Bij het opleggen van een verzuimboete wegens het niet of gedeeltelijk niet aangeven van de belasting die op aangifte moet worden voldaan, legt de heffingsambtenaar een verzuimboete op van € 131. Bij het opleggen van een verzuimboete voor het niet, gedeeltelijk niet, of niet op tijd betalen van belasting die op aangifte moet worden voldaan wordt onderscheid gemaakt tussen een eerste en volgend verzuim. Van een eerste verzuim is sprake, als belanghebbende in de drie jaren, voorafgaande aan hetbelastingjaar waarover niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest. Van een volgend verzuim is sprake, als belanghebbende over één van de laatste drie jaren, voorafgaande aan het belastingjaar waarover niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig is betaald, in verzuim is geweest. De heffingsambtenaar legt bij het eerste verzuim geen verzuimboete op. De heffingsambtenaar legt bij een volgend verzuim een verzuimboete op van 10% van de niet tijdig betaalde belasting met een maximum van € 2.639. Voor de bepaling van de plaats van een verzuim in de verzuimenreeks wordt geen onderscheid gemaakt tussen het niet, gedeeltelijk niet dan wel niet tijdig betalen van de belasting. Bij het opleggen van een verzuimboete voor het niet of gedeeltelijk niet aangeven van de belasting die op aangifte moet worden voldaan, waarbij deze belasting ook niet of gedeeltelijk niet is betaald legt de heffingsambtenaar een verzuimboete op van 15% van de verschuldigde belasting met een minimum van € 50 en een maximum van € 5.278.

Rechtspraak bij dit artikel