Naar hoofdinhoud
Is het niet of gedeeltelijk niet betalen van belasting te wijten aan opzet of grove schuld van belanghebbende, dan legt de heffingsambtenaar tegelijk met de vaststelling van de naheffingsaanslag een vergrijpboete op. Indien wegens niet tijdige betaling van belasting geen naheffingsaanslag wordt opgelegd of in het geval bedoeld in artikel 67f, vijfde lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, wordt de vergrijpboete bij afzonderlijke beschikking opgelegd. In geval van grove schuld legt de heffingsambtenaar een vergrijpboete op van 25%. Grove schuld is een aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid en omvat mede grove onachtzaamheid. Daarbij kan gedacht worden aan laakbare slordigheid of ernstige nalatigheid. Bij grove schuld had belanghebbende redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg kon hebben dat te weinig belasting zou worden geheven of betaald. In geval van opzet legt de heffingsambtenaar een vergrijpboete op van 50%. Opzet is het willens en wetens handelen of nalaten, leidend tot het niet of niet binnen de daarvoor gestelde termijn heffen of betalen van belasting. Onder opzet wordt mede verstaan voorwaardelijke opzet. Onder voorwaardelijke opzet wordt verstaan het willens en wetens aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat een handelen of nalaten tot gevolg heeft dat te weinig belasting geheven is of kan worden dan wel niet of niet binnen de termijn betaald is. De heffingsambtenaar dient de aanwezigheid van opzet of grove schuld te stellen en te bewijzen. De heffingsambtenaar kan zich voor bewijs van opzet of grove schuld baseren op vermoedens die belanghebbende niet of niet voldoende kan weerleggen. Voor het bepalen van de grondslag van de vergrijpboete wordt, voor zover sprake is van opzet of grove schuld, aangesloten bij de feitelijk geheven belasting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel