Naar hoofdinhoud

Artikel 4.2

Regels van verjaring

Onderdeel van Beleidsnota groen- en reststroken 2019

Bij het oneigenlijke gebruik van grond dreigt verjaring en hierbij gelden onder meer de volgende (belangrijkste) regels: - De verjaringstermijn gaat lopen als de bewoner bezitsdaden heeft verricht ten opzichte van de grond, bijvoorbeeld door het in gebruik te nemen als tuin door het plaatsen van een hek. - Neemt men te goeder trouw grond in gebruik, dan verjaart het recht om dit perceel grond terug te eisen na 10 jaar. - Neemt men te kwader trouw grond in gebruik, dan verjaart het recht om dit perceel grond terug te eisen na 20 jaar. - Als een terugvorderingsrecht verjaard is, is de gemeente geen eigenaar meer van de grond en kan deze de grond niet verkopen. - In geval van verjaring zal ervoor worden gekozen om een akte van verjaring op te laten stellen bij de notaris. Hierdoor komt het verjaarde perceel kadastraal op naam te staan van de verkrijgende partij. De kosten voor het opstellen van een dergelijke akte komen voor rekening van de verkrijgende partij. - Indien de verkrijgende partij niet akkoord gaat met het betalen van de kosten voor het opstellen van een akte van verjaring, dan blijft de grond op naam van de gemeente staan. - Bij verjaring van het terugvorderingsrecht van percelen grond, gelegen bij huurwoningen, geldt dat huurders nooit grond in eigendom kunnen verkrijgen door middel van verjaring; dit kan wel door de verhuurder (bijvoorbeeld een woningstichting). Hier gelden dezelfde verjaringstermijnen als bij koopwoningen (10 jaar te goeder trouw en 20 jaar te kwader trouw). Een woningstichting kan dus eigenaar worden van een perceel grond bij een huurwoning als die grond door de huurder in gebruik is genomen. De verjaring wordt niet onderbroken, indien tussentijds een wisseling van huurders plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel