Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 16

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissie van de gemeente Oost Gelre 2016

Aanwezige burgers kunnen per agendapunt inspreken op agendapunten die ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad (dus niet op de vaste agendapunten). Na afloop van de discussie krijgt de inspreker van de voorzitter nog de gelegenheid iets te zeggen. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk op de dag van de vergadering tot 12.00 uur aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De spreker(s) word(en)t genodigd aan de vergadertafel plaats te nemen. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer sprekers zijn. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid kan een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger doen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel