1.. - Voor alle bevoegdheden in het Mandatenregister geldt de beperking dat het dagelijks bestuur (DB) hiervan slechts gebruik kan maken voor zover dit plaatsvindt binnen de door de (oorspronkelijk) bevoegde bestuursorganen vastgestelde stedelijke kaders, vastgelegd in verordeningen, reglementen, beleidsregels, beleidsnota’s, beleidsvisies, budgetten etc.

  • - Het DB kan in aanvulling op een stedelijk kader zelf beleid vaststellen voor zover dat beleid betrekking heeft op de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de aan hen opgedragen taken en bevoegdheden. Als in het stedelijk kader uitputtend is vastgelegd hoe het DB het beleid dient uit te voeren, dan bestaat deze beleidsvrijheid niet.
  • - Ingeval van het opstellen van subsidieregelingen geldt dat het DB daartoe uitsluitend bevoegd is als die bevoegdheid daartoe expliciet in een stedelijk kader aan het DB is gegeven (W.4).

2.. In aanvulling op de beperking die onder 1. opgenomen is, geldt voor de gemandateerde bevoegdheden het volgende. Bij mandaat blijft het bestuursorgaan dat de bevoegdheid mandateert voor de bevoegdheid verantwoordelijk. Dit betekent dat het bestuursorgaan dat het mandaat verleent ook altijd de bevoegdheid houdt om deze zelf uit te oefenen. Verder kunnen bij mandaat instructies worden gegeven of voorwaarden worden gesteld. Dit kunnen instructies en voorwaarden zijn die in algemene zin bij het verlenen van het mandaat t.a.v. de bevoegdheid worden meegegeven, maar ook instructies of voorwaarden in concrete situaties. Deze kunnen bovendien zowel schriftelijk als mondeling worden gegeven. Het bestuursorgaan dat de bevoegdheid in mandaat uitoefent dient zich ook aan de gestelde instructies en voorwaarden te houden.

3.. Het DB betrekt het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij het gebruik maken van de bevoegdheden indien sprake is van politiek gevoelige onderwerpen. Onder politiek gevoelige onderwerpen wordt in ieder geval verstaan, onderwerpen waarbij:

  • - hoge afbreukrisico’s aanwezig zijn;
  • - stadsdeeloverstijgende belangen spelen;
  • - uniforme besluitvorming gewenst is;
  • - strategische belangen van het stadsbestuur in het geding zijn;
  • - expertise nodig is die op stadsdeelniveau niet goed is ontwikkeld.

4.. De behandeling van en de beslissing op bezwaarschriften gericht tegen besluiten die o.g.v. een gedelegeerde bevoegdheid zijn genomen of o.b.v. een bevoegdheid die door het College van Burgemeester en wethouders (College) aan het DB is gemandateerd, vindt door het DB plaats overeenkomstig de Regeling bezwaar en beroep van het College.

5.. Het DB betrekt het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij de besluitvorming indien tegen een door het DB genomen beslissing op een bezwaarschrift beroep of hoger beroep wordt ingesteld bij de bestuursrechter en het bestuursorgaan betrokken was o.g.v. de overwegingen onder 3. Verder betrekt het DB het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan bij de besluitvorming indien zij voornemens is tegen een uitspraak van de bestuursrechter hoger beroep dan wel incidenteel hoger beroep in te stellen. Het beroep en het hoger beroep worden in overeenstemming met de Dienst Juridische Zaken (DJZ) door het DB behandeld.

6.. De bevoegdheid om te beslissen op bezwaarschriften ingediend tegen besluiten die zijn genomen o.g.v. een bevoegdheid die door de burgemeester aan de voorzitter van het DB is gemandateerd, is in beginsel niet gemandateerd. In de Regeling bezwaar en beroep van het College wordt nader geregeld in welke situaties welk bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de voorbereiding van de beslissing op bezwaar en de beslissing op bezwaar zelf.

7.. Het DB is bevoegd de gedelegeerde bevoegdheden te mandateren, waarbij ondermandaat aan anderen is toegestaan. Het DB is bevoegd om voor de gemandateerde bevoegdheden ondermandaat te verlenen. De mandaatnemer is bevoegd de aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren aan anderen. Het voorgaande geldt ook als sprake is van volmacht en machtiging.

8.. Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid berust wijzigt, wordt de bevoegdheid geacht te zijn verleend o.g.v. de bepalingen uit de gewijzigde wet- en regelgeving. De wijzigingen worden z.s.m. in het Mandatenregister verwerkt.

9.. Het mandaat voor het uitoefenen van een bevoegdheid omvat tevens alle direct met de gemandateerde bevoegdheid -al dan niet in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opgenomen- samenhangende handelingen en besluiten zoals,maar niet beperkt tot:

  • - het verrichten van alle benodigde (feitelijke) voorbereidings- en uitvoeringshandelingen en voeren van correspondentie;
  • - het verstrekken van mondelinge of schriftelijke informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard;
  • - het ondertekenen van de betreffende stukken;
  • - het voldoen aan publicatieverplichtingen;
  • - het verdagen (verlengen) c.q. opschorten van beslistermijnen inzake te nemen besluiten overeenkomstig van toepassing zijnde regelgeving, voor zover niet opgenomen in het Mandatenregister;
  • - het beslissen op ingebrekestellingen wegens het niet tijdig beslissen als bedoeld in paragraaf 4.1.3.2 Awb;
  • - het vragen van adviezen en het inwinnen van inlichtingen.

10.. De mandaatverlening omvat in ieder geval de bevoegdheid om, ter zake van de bevoegdheden opgenomen in dit Mandatenregister, te weigeren, in te trekken, te wijzigen, voorschriften of voorwaarden te stellen, niet in behandeling te nemen, te verzoeken om aanvullende gegevens te verstrekken e.e.a. voor zover niet reeds opgenomen in het Mandatenregister en mits niet uitdrukkelijk uitgesloten of beperkt is.