Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg

Onderdeel van Algemene Plaatselijke verordening van De Fryske Marren 2018

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan de weg of weggedeelten anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Het bevoegd gezag verleent een omgevingsvergunning voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod geldt niet voor: Evenementen als bedoeld in artikel 2:24; terrassen als bedoeld in artikel 2:31a; standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; uitstallingen van winkelwaren maximaal 1 meter, gemeten uit de gevel van de winkel; het uitsteken van vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen; zonneschermen, mits deze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en mits geen onderdeel zich minder dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; spandoeken voor speciale landelijke of plaatselijke niet commerciële acties; andere door het bevoegd bestuursorgaan aangewezen categorieën van gevallen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor evenementenborden, behorende bij evenementen die plaatsvinden binnen de gemeente, op de door het college aangewezen gebieden, indien wordt voldaan aan de daarbij gestelde regels. Het verbod geldt tevens niet voor voorwerpen door middel waarvan gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet, tenzij deze door hun omvang, vorm, constructie of bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar kunnen veroorzaken voor de bruikbaarheid of het doelmatig of veilig gebruik daarvan of een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de weg. Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van een publiekrechtelijke taak. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Provinciale wegenverordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Op de vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel