Het college kan een boete opleggen wanneer er een overtreding wordt begaan welke valt onder artikel 4.17 van de wet.
Voordat een boete mag worden opgelegd, is de overtreder eerst gewaarschuwd over het risico van de oplegging van de boete wanneer er niet wordt voldaan aan verplichtingen die worden gesteld in de wet.
In het geval de verplichtingen als bedoeld in de wet dienen te worden vervuld door een wettelijke vertegenwoordiger of curator, wordt de bestuurlijke boete in voorkomend geval opgelegd aan de wettelijk vertegenwoordiger of curator.
Een bestuurlijke boete wordt binnen drie jaar na constatering van de overtreding door het college opgelegd.
De boete kan slechts éénmaal worden opgelegd per geconstateerde overtreding.
Indien de overtreder vóór inning van de opgelegde bestuurlijke boete komt te overlijden, vervalt deze op de datum van overlijden.
Artikel 2
Algemene bepalingen
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boete Wet basisregistratie personen (Wet BRP) gemeente Voorst