**1..** De burgemeester weigert de vergunning, indien:
het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is bereikt;
de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiektoegankelijk is;
de leidinggevende(n) de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt;
de aanvrager of de leidinggevende(n) onder curatele staat (staan);
de aanvrager of de leidinggevende(n) in enig opzicht van slecht levensgedrag is (zijn);
niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 30d lid 4 van de Wet gestelde eisen aan leidinggevenden;
de vrees gewettigd is, dat het verlenen van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid;
door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkel- buurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;
de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit of de geldende beheersverordening en geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.
**2..** De burgemeester kan de vergunning weigeren, indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 4 van deze verordening gestelde eisen.
**3..** De burgemeester kan de vergunning voorts weigeren in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Voordat toepassing wordt gegeven aan deze weigeringsgrond, kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.
Hoofdstuk 3.
Artikel 9