1. Bij toekenning van scholing komen de volgende kosten voor vergoeding in aanmerking:

a. opleidingskosten, cursusbijdragen en examengeld;

b. boeken en leermiddelen die door het opleidingsinstituut verplicht zijn gesteld; en

c. reiskosten overeenkomstig artikel 16 van deze nadere regels.

2. De kosten worden waar mogelijk rechtstreeks betaalbaar gesteld aan het opleidingsinstituut.