De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gedurende zes maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode of periode waarin een uitkering op grond van de IOAW of IOAZ is ontvangen tenzij:
er aanwijzingen zijn dat belanghebbende over voldoende middelen beschikt om de vordering ineens terug te betalen; of
de beëindiging of intrekking van de uitkering plaatsvindt door schending van de inlichtingenplicht.
Na afloop van de termijn als bedoeld in het eerste lid wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit vastgesteld met als uitgangspunt dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat de vordering binnen een redelijke termijn wordt afgelost tenzij er aanwijzingen zijn dat belanghebbende over voldoende middelen beschikt om de vordering ineens terug te betalen:
< € 2.500,- aflossen binnen 36 maanden;
€ 2.500,- - € 5000,- aflossen binnen 48 maanden/60 maanden;
€ 5000,- aflossen binnen 60 maanden/120 maanden.
HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1
Artikel 13.
Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de Participatiewet, IOAW of IOAZ en bij debiteuren die geen recht hebben op algemene bijstand krachtens de Participatiewet, uitkering krachtens de IOAW en uitkering krachtens de IOAZ
Onderdeel van Beleidsregels herziening, intrekking, terugvordering en invordering gemeente Asten 2018