Voor het afbakenen van het terrein van jeugdhulp zijn de volgende begrippen en kaders van belang:
De persoon die
de persoon die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt;
de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) recht is gedaan overeenkomstig de artikel 77g tot en met 77qq van het WvSr (het jeugdstrafrecht); of
de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Wet:
is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in artikel 1, onder 1e waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is;
vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is; of
is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
Ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen;
Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt;
Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, met dien verstande dat de leeftijdgrens van achttien jaar niet geldt voor jeugdhulp in het kader van jeugdstrafrecht.
Voor de hoofdregel welke gemeente inhoudelijk en financieel verantwoordelijk is voor een jeugdige, wordt uitgegaan van het woonplaatsbeginsel uit artikel 12, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek.
De regels rond het vaststellen van de woonplaats zijn nader uitgewerkt door de ministeries van VWS en Ven J en de VNG: hierbij wordt aangesloten.
Conform paragraaf 7.2 van de Jeugdwet gebruikt de gemeente het Burgerservicenummer van de jeugdige om te waarborgen dat de te verwerken persoonsgegevens betrekking hebben op de jeugdige. Daarnaast controleert de gemeente ten behoeve van het woonplaatsbeginsel de identiteit van de ouder/gezagsdrager: op basis van art. 1.1 Jeugdwet definitie woonplaats, het Burgerlijk wetboek en de Wet Algemene Bepalingen BSN (art. 10).
De woonplaats kan in de BRP (Basisregistratie Personen, voorheen GBA) gecontroleerd worden. Voor de vaststelling van het gezag kan zo nodig het gezag register geraadpleegd worden.
Gemeente Montferland zoekt regionale afstemming omtrent de jeugdhulp voor jongeren zonder vaste woon- en verblijfplaats.
Voorliggende voorzieningen: zijn zonder indicatie toegankelijk. Hierbij wordt zowel gesproken over algemene voorzieningen en overige voorzieningen.
Algemene voorziening: betreft een voorziening waar iedereen, zonder indicatie gebruik van kan maken. Algemene voorzieningen kunnen commerciële diensten zijn maar ook diensten zonder winstoogmerk, zoals sportclubs of jeugdactiviteiten in de buurt. Ook, GGD, Welzijnswerk, Jongerenwerk, kinderopvang, BSO behoren tot de algemene voorzieningen.
Overige voorziening: betreft o.a. kortdurende ambulante hulp of groepswerk, door het Sociaal team verleend. Hiervoor is geen indicatie nodig.
Individuele voorziening: de via een indicatie of via een verwijsbericht van de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, Veilig Thuis of gecertificeerde instelling, toegankelijke op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet. Dit kan ook groepswerk zijn.
Andere voorziening. Voorziening niet vallende onder de jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.
Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als er aanspraak mogelijk is op de Wlz, of als er een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Z en/of Passend Onderwijs bestaat. Zie Bijlage II Afbakening Jeugdwet- WLZ – ZVW – Passend Onderwijs en bijlage III “Zorg in Onderwijs”.
Indien er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problematiek en daardoor zowel een vorm van zorg op grond van de Wlz of de Zvw als een soortgelijke voorziening op grond van de Jeugdwet kan worden verkregen, moet een voorziening op grond van de (Jeugd) Wet getroffen worden.
Voor de overgang van 18- naar 18+ geldt dat:
Als de zorg vanaf 18 jaar op grond van een andere wet (Zvw, Wlz of Wmo) kan worden verleend, de gemeente niet meer jeugdhulp plichtig is.
Als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde jeugd- GGZ of jeugd-LVG), dan blijft de gemeente wèl verantwoordelijk voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar, behoudens artikel 1.1, lid 3 Jeugdige.
Psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie gerelateerde problemen;
Beperkingen in de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie in verband met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem bij een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, en;
Een tekort aan zelfredzaamheid in verband met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking bij een jeugdige die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt.
Het Sociaal Team Jeugd beoordeelt de hulpvraag en meervoudige problematiek aan de hand van de GIZ methodiek. Met deze integrale taxatiemethodiek brengt de professional met de ouders de krachten, en de ontwikkel- en zorgbehoeften in kaart. Indien er sprake is van verwevenheid van problematiek op meerdere levensdomeinen, is er sprake van meervoudige problematiek.
De taxatie gebieden in de Gezonde Ontwikkeling Matrix (GOM) waarop respectievelijk normale spanning/ spanning/ veel stress/ tijdelijke crisis,/ noodsituatie ingeschat worden, zijn:
Ontwikkeling kind:
Lichamelijke ontwikkeling, Verstandelijke ontwikkeling, Emotionele ontwikkeling, Sociale ontwikkeling
Opvoeding:
Basiszorg en veiligheid, Beleving ouderschap, Opvoeding, Onderlinge steun ouders
Omgeving:
Gezinsomstandigheden, Netwerk
Daar waar expertise of inzet vanuit het domein WMO of Participatie, alsmede Passend onderwijs, wenselijk of noodzakelijk is kiest de gemeente Montferland voor een integrale, domein overstijgende afstemming en aanpak.
Met sociaal netwerk wordt aangesloten bij de begripsbepalingen van de Wmo. De Wet spreekt veelal over de sociale omgeving. De sociale omgeving wordt breder uitgelegd dan het sociaal netwerk; bijvoorbeeld ook een leerkracht van een school met wie de jeugdige nog geen sociale relatie heeft, kan behoren tot de sociale omgeving van de jeugdige en/of ouder(s).
Tot de eigen verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kind behoort ook dat de ouder een beroep doet op familie en vrienden - zijn eigen sociale netwerk - alvorens hij bij de gemeente aanklopt voor hulp. Het niet meer vanzelfsprekend dat de gemeente bij iedere hulpvraag bijspringt. Het benutten van de eigen kracht van het gezin en diens netwerk gaat voor het inzetten van (andere) professionals. Zie ook artikel 3.1 Eigen kracht.
Met de eigen verantwoordelijkheid van ouders wordt niet uit het oog verloren dat iedereen een beroep mag doen op ondersteuning en jeugdhulp. Geen enkele cliënt wordt op voorhand uitgezonderd van de toegang tot ondersteuning. Eenieder kan zich melden met een hulpvraag. In het onderzoek dat het Sociaal Team Jeugd na de melding zal uitvoeren, zullen eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden van de sociale omgeving worden betrokken en meegewogen om uiteindelijk tot een besluit te komen over het al dan niet bieden van ondersteuning vanuit de gemeente.
In de Wet zijn uniforme kwaliteitseisen geregeld die gelden voor alle vormen van jeugdhulp: jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis alsmede de toegangsmedewerkers die ook jeugdhulp bieden. In Montferland geldt dat voor de medewerkers van het Sociaal Team Jeugd.
De medewerkers Sociaal Team Jeugd zijn allen geregistreerd in het Kwaliteitsregister jeugd1Wettelijk is de gemeente verplicht verantwoorde jeugdhulp te bieden. Dit is uitgewerkt in de “norm van verantwoorde werktoedeling”. Het kwaliteitskader is een leidraad voor de toepassing hiervan.. Daar waar het Sociaal Team Jeugd als hulpverlener of casushouder actief betrokken is bij de jeugdige en de ouders wordt de ondersteuning aan de cliënt afgestemd op diens persoonlijke situatie. De gemeente Montferland hanteert een basisnorm voor de kwaliteit van de ondersteuning door het Sociaal Team Jeugd:
Deze basisnorm vereist dat jeugdhulp in ieder geval:
veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is;
is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en andere zorg of hulp die hij ontvangt;
wordt verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; en
wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.
Daarnaast gelden voor het Sociaal Team Jeugd en de aanbieders van individuele jeugdhulp de onderstaande specifieke kwaliteitseisen uit de Wet:
Norm van verantwoorde hulp, inclusief verplichting om geregistreerde professionals in te zetten;
Gebruik van een hulpverleningsplan;
Systematische kwaliteitsbewaking2Beschikken over een van de volgende (landelijk) erkend gecertificeerde kwaliteitssystemen: ISO-9001 versie 2008 of daarvan afgeleide EN 15224 (ISO voor zorg en welzijn), HKZ, PREZO, NIAZ, NTPN, KIWA , Keurmerk Blik op werk of Kwaliteitswaarborg Zorgboerderijen. door de jeugdhulpaanbieder;
Verklaring omtrent gedrag (VOG);
Verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
Meldplicht calamiteiten en geweld;
Verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
Bij een verstrekt persoonsgebonden budget dragen de jeugdige en/of zijn ouders de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit en continuïteit van de jeugdhulp die zij betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren.
Het beschermen van kinderen valt onder de verantwoordelijkheid van elke jeugdprofessional. Wanneer het Sociaal Team vermoed dat de veiligheid of de ontwikkeling van een kind in het gedrang komt, is zij verplicht om te handelen. Daarbij komt deelname aan hulpverlening bij voorkeur vrijwillig tot stand in gesprek met ouders en het kind. In sommige gevallen is drang of dwang echter nodig om hulp op gang te krijgen.
Bij het toepassen van drang is van belang dat dit past binnen correct professioneel handelen en dat er een positieve basishouding is ten opzichte van opvoeders, kinderen en hun netwerk. Dat geldt dus bijvoorbeeld voor de leerkracht, wijkteammedewerker, medewerker van Veilig Thuis of de jeugdbeschermer. Ieder past drang toe vanuit zijn eigen beroep en de professionele standaard (richtlijn) die daarbij hoort. Bij twijfel over een specifieke situatie kan Veilig Thuis adviseren3Informatie van: (www.nji.nl) Nederlands Jeugdinstituut, kennisdossier jeugdbescherming “drang of preventieve jeugdbescherming”.
Binnen het Sociaal team wordt expertise opgebouwd om vanuit deze houding ouders te motiveren mee te werken aan benodigde hulpverlening. In eerste instantie wordt samen gewerkt met de gecertificeerde instelling om deze houding ten opzichte van ouders in te nemen, met als doel om deze expertise zelfstandig te onderhouden en uit te voeren.
Wanneer de hulpverlening vanuit het vrijwillig kader niet voldoende tot stand komt maar de zorgen om de ontwikkeling van het kind wel blijven, heeft het Sociaal Team de mogelijkheid om, samen met de ouders en het kind, naar de jeugdbeschermingstafel te gaan. In dit (regionaal georganiseerde) overleg kan het Sociaal team, samen met de ouder, de situatie bespreken om escalatie of vastlopen te voorkomen. Standaard zijn hierbij aanwezig de Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming, ouders, het lid van het Sociaal Team onder leiding van een onafhankelijk voorzitter en secretaris.
Dit gesprek kan verschillende uitkomsten hebben. Tijdens het overleg wordt de situatie van het kind en het gezin uitvoerig besproken. Er wordt gekeken of er nog nieuwe oplossingsrichtingen zijn waar het gezin en de medewerker Sociaal Team samen achter staan en mee verder kunnen in het vrijwillig kader. Hierbij wordt altijd gekeken hoe de veiligheid van het kind in tussentijd wordt gegarandeerd. Wanneer er geen mogelijkheden meer zijn om in het vrijwillig kader een passende oplossing te vinden, zal er besloten worden dat de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek start naar de noodzaak voor een maatregel in het gedwongen kader (OTS met of zonder -tijdelijke- uithuisplaatsing).
Zolang het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming loopt en er nog geen uitspraak is van de Kinderrechter over het mogelijke verzoek om een gedwongen maatregel, blijft het Sociaal Team verantwoordelijk voor de ondersteuning aan het gezin.