De werkwijze bij de toegang tot jeugdhulp in de gemeente Montferland bestaat uit de volgende onderdelen:
Melding hulpvraag
Onderzoek
Beoordelen aanvraag individuele voorziening a.h.v. criteria en richtlijnen (artikelen 3 en 4 )
Wijze van verstrekking van de aanvraag individuele voorziening (artikel 5)
In Bijlage IV Afwegingskaders Toegang Sociaal Domein het regionaal ontwikkelde kader om ernaar te streven de toekenning van producten in de Achterhoekse gemeenten langs een meer eenduidige manier af te wegen, ongeacht hoe het lokale team vorm gegeven is.
Een ieder kan zich bij het Sociaal Team Jeugd melden. Om te spreken van een melding wordt wel onderscheid gemaakt tussen een verzoek om informatie en advies en een verzoek om jeugdhulp. Daarnaast moet de melding vanzelfsprekend onder de kwalificatie van jeugdhulp vallen. Dit is van belang omdat bij een melding van een hulpvraag vastgesteld dient te worden of het oppakken van binnen de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente valt. Bij vragen die op het snijvlak liggen van de Wlz, Passend Onderwijs en Zvw zal het Sociaal Team Jeugd onderzoeken en afstemmen met de hulpvrager en betrokken instantie waar de vraag opgepakt wordt.
Met een hulpvraag maakt de jeugdige en/of een ouder duidelijk dat hij behoefte heeft aan ondersteuning en dat hij te maken heeft met belemmeringen in zijn zelfredzaamheid. Een voogd kan namens een minderjarige tevens een hulpvraag melden.
In de praktijk kan ook een pleegouder zich melden met een hulpvraag; in dat geval wordt afhankelijk van de leeftijd van de minderjarige, afstemming gezocht met de wettelijk vertegenwoordiger.
Vanaf het moment dat de cliënt een aanvraag (zie artikel 1:3, derde lid, Algemene wet bestuursrecht) indient, is er sprake van juridisering. Dit heeft tot doel om de rechtszekerheid van de cliënt te waarborgen. De procedure van de aanvraag van de hulpvraag valt onder de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en moet binnen een redelijke termijn afgehandeld zijn, te weten 8 weken.
Dit betekent concreet dat de melding van de hulpvraag voor jeugdhulp geldt als start van de procedure. Het Sociaal Team Jeugd voert in principe binnen twee weken na de melding het gesprek met de cliënt en rondt binnen een totale periode van 8 weken de melding, de onderzoeksfase (vraagverheldering), de verslaglegging, het opstellen van een eventueel ondersteuningsplan en de beslissing middels een beschikking af.
Indien duidelijk wordt dat deze termijn wordt overschreden, wordt de cliënt hierover vóór afloop van de termijn schriftelijk geïnformeerd en wordt daarbij een nieuwe termijn afgesproken.
Een jeugdige en/of een ouder kan zich op diverse manieren melden met een hulpvraag: telefonisch, per e-mail, post, de inlooppunten in het gezondheidscentrum Didam of Gouden Handen in
’s Heerenberg, de schoolmaatschappelijk werker en/of jeugdverpleegkundige, jeugdarts; via de huisarts.
Na de eerste (telefonische) verkenning van de hulpvraag kan de melding leiden tot:
Hulpvrager heeft geen hulp nodig en/of kan het op eigen kracht;
Advies en doorgeleiden naar algemene voorziening;
Afspraak voor een gesprek (onderzoek) bij het Sociaal Team Jeugd.
Indien de hulpvrager zich per mail of post gemeld heeft, is het streven dat binnen 2 werkdagen telefonisch contact wordt gezocht door het Sociaal Team Jeugd. Zo nodig wordt een afspraak ingepland, uiterlijk binnen twee weken na de eerste melding.
De jeugdige wordt in principe zoveel mogelijk betrokken bij dit gesprek. Een jeugdige van twaalf jaar en ouder wordt altijd betrokken, indien deze daartoe in staat is.
De jeugdige en/of ouder wordt tijdens het eerste contact gewezen op de mogelijkheid om zich tijdens het gesprek te laten ondersteunen door b.v. een vriend/kennis/familielid, de cliëntondersteuner, de vertrouwenspersoon, of een betrokken hulpverlener.
Het Sociaal Team Jeugd maakt tijdens het eerste contact ook een inschatting van urgentie of veiligheid van de jeugdige. Indien er, naar het oordeel van het Sociaal team jeugd, sprake lijkt te zijn van urgentie of dreigende onveiligheid zal het gesprek met voorrang plaatsvinden.
Het Sociaal Team Jeugd, onderzoekt in één of meer gesprek(ken) met de jeugdige en/of zijn ouders, wat de hulpvraag inhoudt, waaruit de behoefte aan ondersteuning bestaat en de aard en ernst van de zorgvraag. Hierbij wordt uitgegaan van een systeembenadering, de GIZ methodiek4Bron: GGD Hollands Midden, 2014. en de richtlijnen jeugdhulp5Bron: Databank richtlijnen jeugdhulp van NIP, NVO, BPSW..
Het Sociaal Team Jeugd beoordeelt samen met ouders en jeugdige de hulpvraag. Elke beslissing over passende hulp is gebaseerd op een analyse van:
de aard en ernst van het probleem
de sterke kanten en mogelijke het sociale netwerk van ouders en jeugdige;
de veroorzakende of in stand houdende factoren;
de kans dat problemen zich blijven voordoen indien er geen hulp geboden wordt;
de mogelijke gevolgen nu en in de toekomst wanneer er geen hulp geboden wordt;
de balans tussen draagkracht en draaglast bij ouders en jeugdige;
de urgentie van het probleem (crisis, spoed of regulier);
de veiligheid jeugdige.
Deze analyse kan kort en snel gedaan worden, maar kan ook langer duren of uitgebreider zijn. De informatie die het Sociaal Team Jeugd met het gezin in kaart brengt dient bij te dragen aan de beslissing over passende hulp. Hoe ernstiger en complexer de problemen en hoe ingrijpender de beslissing, des te uitgebreider zal de aard en ernst van de problemen in kaart gebracht worden.
Het Sociaal Team Jeugd kan, met instemming en op verzoek van de jeugdige en/of zijn ouders, ter zaken doende informatie, niet zijnde medische gegevens, inwinnen bij andere instanties, zoals de huisarts of het onderwijs. Met hen wordt afgestemd wat de meest aangewezen hulp zou kunnen zijn, waaronder ook inzetten/versterken van de eigen kracht en/of sociale omgeving en het inzetten van algemene of andere voorzieningen.
Het Sociaal Team Jeugd schat, in principe mét de ouders, de urgentie en veiligheid van de jeugdige in en handelt conform de wettelijke meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.
Het Sociaal Team Jeugd informeert de jeugdige en/of ouder over diens rechten en plichten, en over de verwerking (waaronder het vastleggen) van persoonsgegevens.
Het onderzoek kan in 1 of meerdere gesprekken leiden tot:
Cliënt heeft geen hulp nodig en/of kan het op eigen kracht;
Client betrekt zijn sociale netwerk/ -omgeving; zo mogelijk in de vorm van een netwerkgesprek;
Client stelt met het Sociaal Team Jeugd een ondersteuningsplan op;
Doorgeleiden naar algemene voorziening of andere instantie;
Consulteren of betrekken specialist jeugdhulp ;
Consulteren of betrekken instanties in het kader van veiligheid6Drang traject Jeugdbescherming, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming.;
Kortdurende begeleiding door medewerker van het Sociaal Team Jeugd;
Aanvraag individuele voorziening;
Afspraak wie vaste contactpersoon is of wordt voor de cliënt.
Het gesprek wordt weergegeven in een gespreksverslag, of in een ondersteuningsplan/of de GOM, tenzij met de jeugdige en/of ouder anders wordt afgesproken. Het gespreksverslag of het ondersteuningsplan dient als aanvraag voor individuele voorziening. Vereist is dat de cliënt het verslag of ondersteuningsplan voorziet van de NAW-gegevens, de opmerking dat de cliënt in aanmerking wenst te komen voor een individuele voorziening en een handtekening. Het gespreksverslag of ondersteuningsplan wordt ondertekend door de gezag dragende ouders, ook bij gescheiden ouders waarvan beiden gezag drager zijn, en/of een minderjarige jeugdige van 16 jaar of ouder.
In het ondersteuningsplan of verslag worden afspraken vastgelegd met betrekking tot de hulpvraag, de bevindingen uit het onderzoek en gekozen oplossingsrichting. De doelen worden concreet gemaakt en eventueel de samenhang bij de in te zetten hulp bewaakt. Indien een probleem of beperking bij de jeugdige nog niet duidelijk is en nog gediagnosticeerd moet worden door een gespecialiseerde zorgaanbieder, kan dit ook het (voorlopige) doel zijn.
Uit het ondersteuningsplan moet blijken op welke manier de cliënt zelf denkt dat zijn behoefte aan jeugdhulp kan worden vormgegeven. De inhoud kan afhankelijk van de hulpvraag de volgende onderdelen bevatten:
de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
de mogelijkheden om met eigen kracht en/of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn ontwikkeling, zelfredzaamheid of zijn participatie;
de GOM;
de motivatie en overwegingen t.a.v. oplossingsrichting en -vorm, met bijbehorende beoogde doelen en beoogde geldigheidsduur voor de ondersteuning/ hulp;
Afspraken over wie, wat, waar en wanneer doet.
De beoordeling met betrekking tot het aanvragen van een individuele voorziening wordt vervolgens formeel vastgelegd in een beschikking, zie artikel 6.1 Beschikking.
Artikel 2
Werkwijze toegang Jeugdhulp Montferland
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp Montferland 2018