Bij het beoordelen van de wijze van verstrekking wordt altijd de volgende opbouw gehanteerd:
Voorafgaand aan het verlenen van zorg en hulp wordt in dialoog met de cliënt onderzocht en bepaald in hoeverre de benodigde hulp en zorg vanuit de eigen sociale omgeving geleverd kan worden;
Bij gebrek aan mogelijkheden in die eigen omgeving wordt onderzocht welke algemene voorzieningen beschikbaar zijn om adequaat en kosteneffectief in de benodigde hulp en zorg te voorzien;
Indien ook de algemene voorzieningen en ZIN onvoldoende in staat blijken te zijn de benodigde hulp en zorg adequaat en kosteneffectief te leveren wordt de inzet van een persoonsgebonden budget onderzocht.
Wanneer een individuele voorziening aangewezen is, wordt jeugdige en zijn ouders over het door de gemeente gecontracteerde aanbod geïnformeerd. Ook worden de ouders geïnformeerd over de mogelijkheid om te kiezen voor een verstrekking van een persoonsgebonden budget, onder de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5b van de Verordening.
In het gesprek worden de ouders expliciet op de mogelijkheid om hun bekwaamheid met betrekking tot het omgaan met een persoonsgebonden budget, te testen, gewezen. Het testen is bedoeld om de ouder(s) bewust te maken van de taken en verantwoordelijkheden die horen bij het beheren van een persoonsgebonden budget. Hiermee kunnen zij een weloverwogen keuze voor persoonsgebonden budget of zorg in natura maken.
De eerste mogelijkheid is de voorziening in natura te verstrekken, de zgn. zorg in natura. Het verkrijgen van zorg in natura gaat via een van de gecontracteerde aanbieders, waarbij de gemeente jeugdhulp heeft ingekocht.
Conform artikel 5b van de Verordening en paragraaf 8.1 Jeugdwet, verstrekt de gemeente, indien ouders of jeugdige dit wensen, hen een persoonsgebonden budget dat hen in staat stelt om de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort, van derden te betrekken.
De medewerker Sociaal Team Jeugd beoordeelt en bepaalt of aan de voorwaarden voor een verstrekking van een persoonsgebonden budget is voldaan aan de hand van een door de aanvrager ingevuld zorg- en budgetplan. Het plan maakt onderdeel uit van de aanvraag voor een persoonsgebonden budget.
Hoewel de aanspraak op een persoonsgebonden budget wettelijk is verankerd is niet gezegd dat er zonder meer recht bestaat op een persoonsgebonden budget. Het Sociaal Team Jeugd mag keuzevrijheid weigeren als de cliënt niet aan de hieronder genoemde eisen, omstandigheden, bekwaamheid en doeltreffendheid en doelmatigheid daarvoor voldoet.
Het Sociaal Team Jeugd toetst bovendien vooraf of de kwaliteit van de in te kopen zorg voldoende en toereikend is. Dit kan o.a. via het inspectieloket sociaal domein en jeugd (www.inspectieloketsociaaldomein.nl/). Een verdenking dat een in te zetten zorgverlener onvoldoende kwaliteit biedt of malafide is, is reden genoeg voor het niet accorderen van de zorgovereenkomst. Als een cliënt wordt vertegenwoordigd, is het noodzakelijk te checken of de vertegenwoordiger de juiste competenties heeft.
De voorwaarden voor verstrekking zijn:
de jeugdige of zijn ouders zijn naar het oordeel van de medewerker Sociaal Team Jeugd Gezin op eigen kracht, dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling, voldoende in staat om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; en
de jeugdige of zijn ouders stellen zich gemotiveerd op het standpunt dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; en
naar het oordeel van het Sociaal Team Jeugd is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is; en
in het algemeen geldt dat een persoonsgebonden budget niet mogelijk is als het Sociaal Team Jeugd, na de melding van de hulpvraag, een individuele voorziening moet inzetten vanwege een spoedeisende situatie; en
Voor de besteding van een persoonsgebonden budget voor individuele ondersteuning geldt dat de cliënt maximaal dertien weken in het buitenland kan verblijven met behoud van het toegekend persoonsgebonden budget.
Het beheersen van de Nederlandse taal. Dat kan van belang zijn bij de overeenkomst die wordt aangegaan maar ook het aansturen van degene die de ondersteuning biedt;
Het vermogen om een overeenkomst op te stellen of aan te gaan met degene aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed;
Het vermogen om degene, aan wie het persoonsgebonden budget wordt besteed, aan te sturen bij de te bieden jeugdhulp;
Bestaat er het risico dat er beslag wordt gelegd op het persoonsgebonden budget, dan wordt niet voldaan aan de hier bedoelde voorwaarde (analoog aan artikel 3.3, eerste lid, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Montferland 2017);
Indien van toepassing. Wie de cliënt officieel heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het persoonsgebonden budget te behartigen en de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken uit te voeren. Het Sociaal Team Jeugd stelt aan deze persoon tenminste dezelfde eisen als aan de cliënt;
Vertegenwoordiger. Voor het begrip vertegenwoordiger wordt aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel 1.1.1, tweede lid, Wmo. Dat kan dus een persoon zijn die de cliënt kan ondersteunen bij de voorwaarden die gelden voor het recht op een persoonsgebonden budget. Als een curator, mentor of gevolmachtigde ontbreekt, kunnen ook als vertegenwoordiger optreden:
echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de cliënt; dan wel (als deze ontbreekt);
zijn ouder, kind, broer of zusDeze personen kunnen echter niet als vertegenwoordiger optreden als de cliënt dat niet wenst. Dat moet het Sociaal Team Jeugd in voorkomende gevallen onderzoeken
De vertegenwoordiger is niet de zorgaanbieder, diens vaste/ flexibele personeel, diens organisatie adviseur of op andere wijze aan de zorgaanbieder verbonden persoon. De combinatie van zorgverlener en beheerder van het persoonsgebonden budget is gezien de belangenverstrengeling onwenselijk en niet toegestaan, met uitzondering van situaties waarin familieleden in eerste of tweed graad (een deel van) de persoonsgebonden budget zorg verlenen.
Om na te gaan of de cliënt, op eigen kracht of met hulp van een vertegenwoordiger, op een verantwoorde wijze kan omgaan met een persoonsgebonden budget wordt de bekwaamheid vooraf beoordeeld door het Sociaal team Jeugd. De beoordelingscriteria zijn:
aanvrager is voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belanden ten aanzien van de ondersteuningsvraag: de cliënt moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn;
aanvrager moet goed op de hoogte zijn van de rechten en plichten die horen bij het beheer;
aanvrager moet in staat zijn om de opdrachtgeverstaak op zich te nemen: bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een zorgovereenkomst, het in praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie.
De bekwaamheid wordt in samenspraak met de aanvrager getoetst door het Sociaal Team Jeugd. Mocht het Sociaal Team Jeugd van oordeel zijn dat de aanvrager niet (voldoende) bekwaam is voor het houden van een persoonsgebonden budget, dan wordt deze geweigerd. Bij twijfel rondom de bekwaamheid, kan door het gebruik van een korte looptijd van de beschikking bekeken worden of de budgethouder over de vereiste vaardigheden beschikt.
In de omstandigheden dat het persoonsgebonden budget van het individuele geval niet als doeltreffend en doelmatig kan worden aangemerkt, kan het persoonsgebonden budget geweigerd worden. Het gaat om de omstandigheid dat de cliënt het persoonsgebonden budget voor diensten wenst te besteden bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Doeltreffend gaat over het feitelijk compenseren van de beperkingen met de individuele voorziening in natura. Het ligt op de weg van de cliënt om aannemelijk te maken dat het verstrekken van een persoonsgebonden budget doelmatiger is. Dat kan bijvoorbeeld omdat met een persoonsgebonden budget iets anders geboden kan worden dan dat bij verlening in natura het geval is. Dat zou ook het geval kunnen zijn als de cliënt meer jeugdhulp wenst in te kopen (maar daar niet op is aangewezen) en hij dat meerdere zelf wil bijbetalen. Doelmatig gaat over de extra administratieve handelingen waar zowel de cliënt als de gemeente (of de Sociale Verzekering Bank) bij het verlenen van een persoonsgebonden budget mee worden geconfronteerd. Het kan dus voorkomen dat de kwaliteitsnormen doeltreffend en doelmatig prevaleren boven de wens een persoonsgebonden budget te willen ontvangen.
Indien de te verlenen individuele ondersteuning naar verwachting kortdurend zal zijn omdat de cliënt leerbaar is geldt in principe dat professionele - door het college gecontracteerde - ondersteuning in natura voor gaat op het toekennen van een pgb. Dat geldt in ieder geval indien de cliënt het pgb wenst te besteden aan een persoon uit diens sociale netwerk.
Het Sociaal Team Jeugd gaat er van uit dat als iemand uit het eigen gezin of sociaal netwerk in staat en bereid is om ondersteuning te verlenen, hij geacht wordt dit in principe onbetaald te doen. Ook bij bestaande cliënten is het de bedoeling om in principe een (opnieuw) te bespreken wat mensen uit het netwerk kunnen en willen oppakken en hoe het zit met de belastbaarheid van het netwerk.
In het licht hiervan stelt het Sociaal Team Jeugd dat door de cliënt zeer duidelijk gemotiveerd wordt waarom een persoon binnen het eigen gezin of uit het sociaal netwerk de hulp niet zonder inzet van een persoonsgebonden budget kan verlenen.
Daarbij geldt bovendien dat het persoonsgebonden budget voor niet-professionele zorgverleners beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin dit de meest adequate mogelijkheid is om in de hulpvraag te voorzien.
In deze context vindt er een individuele weging plaats van de mate van eigen kracht van het gezin en het netwerk; waarin ook de financiële situatie van de beoogde zorgverlener zal worden meegenomen; de uitgangspunten boven-gebruikelijke zorg en logeeropvang8Logeeropvang naast een indicatie voor boven-gebruikelijke zorg waarvoor de ouder zichzelf uitbetaalt, is in principe niet mogelijk.; heeft de zorgverlener voldoende mogelijkheden om naast de zorg voldoende inkomsten te genereren en zo niet, wat zijn daarvan de aantoonbare gevolgen?
De volgende vragen kunnen een rol spelen bij de vraag of de inzet van het sociaal netwerk leidt tot aantoonbaar doelmatige en effectievere ondersteuning:
Is er sprake van een kind waarbij het bijvoorbeeld in verband met zorgcontinuïteit of de aard van de beperking, niet mogelijk of wenselijk is dat dit door een professional gedaan wordt?
Moet de hulp op ongebruikelijke tijden geleverd worden, is de hulp vooraf niet goed in te plannen, op veel korte momenten per dag of moet de hulp op verschillende locaties geboden worden?
Bij de vraag of iemand uit het sociaal netwerk capabel is om ondersteuning te bieden, wordt meegewogen of diegene:
Voldoende opvoedvaardigheden heeft;
Bereidheid heeft tot het volgen van trainingen/cursussen waar nodig;
Bereid is tot samenwerking met professionals waar nodig;
Niet overbelast is of dreigt te raken.
In het zorg- en budgetplan geeft de cliënt aan:
Korte cliënt omschrijving (zoals persoonsgegevens, school, werk, hobby’s, diagnose/problematiek, cliëntsysteem (sociaal netwerk));
Wat is de motivatie om voor een aanvraag van het persoonsgebonden budget;
Aan welke doelen is gewerkt tijdens de vorige indicatieperiode (indien sprake is van een herindicatie);
Welke resultaten zijn behaald:
Progressie of ontwikkeling;
Stabilisatie;
Terugval of escalatie.
Aan welke doelen de komende periode wordt gewerkt;
Op welke wijze de verstrekking van het persoonsgebonden budget leidt tot de gewenste resultaten;
Waar de ondersteuning uit zal bestaan;
Waar de ondersteuning wordt ingekocht;
Hoe de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning is gewaarborgd;
Indien van toepassing: hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd;
Indien van toepassing: bij ondersteuning uit het sociaal netwerk motiveert de zorgverlener in het zorgplan waarom de zorgverlener capabel is om de ondersteuning te bieden;
Hoeveel uur per week de cliënt of de zorgverlener aan het werken aan deze doelen besteedt;
Na hoeveel tijd de doelen met een maximale looptijd van één jaar zijn bereikt.
Tussenpersonen, belangenbehartigers en administratiekosten mogen niet uit het persoonsgebonden budget betaald worden. De gemeente verstrekt geen eenmalige uitkering vanuit het persoonsgebonden budget. Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet vallen of onder een algemene en/of algemeen gebruikelijke voorziening vallen zijn uitgesloten. Er worden geen persoonsgebonden budgetten verstrekt voor recreatieve doeleinden.
Ook voor de hoogte van de tarieven wordt het Besluit maatschappelijke ondersteuning Montferland 2017 analoog van toepassing verklaard.
Het maximale tarief voor een persoonsgebonden budget voor jeugd wordt berekend op basis van het gemiddelde Achterhoekse ZIN tarief minus 15 % overhead. Indien dit tarief onder het laagste Achterhoekse ZIN tarief komt wordt uitgegaan van het laagste Achterhoekse ZIN tarief.
Voor het vaststellen van de tarieven persoonsgebonden budget wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning die wordt geleverd door professionals en ondersteuning uit het sociale netwerk. De hoogte van de tarieven wordt vastgesteld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Montferland en worden jaarlijks herzien.
Indien een beoogd zorgverlener een hoger tarief vraagt dan het maximale tarief uit het Besluit maatschappelijke ondersteuning Montferland, is het een keuze van de ouder om de jeugdhulp al dan niet bij deze aanbieder in te kopen. De ouder kan bijvoorbeeld het resterende bedrag zelf bijbetalen of met de aanbieder een andere tarief overeenkomen.
De hoogte van het persoonsgebonden budget is gebaseerd op de daadwerkelijk geleverde ondersteuning. In het geval de cliënt besluit voor het verstrijken van de geldigheidsduur van zijn beschikking de ondersteuning te beëindigen, dan vervalt het persoonsgebonden budget op de dag dat de ondersteuning wordt beëindigd. Er kan geen persoonsgebonden budget worden verstrekt voor de periode van de opzegtermijn, die de cliënt met zijn zorgaanbieder is overeengekomen.
Voor de aanbieders van professionele jeugdhulp gelden de specifieke kwaliteitseisen uit de Jeugdwet zie artikel 1.8.Kwaliteit jeugdhulp. In het Zorgplan dient te worden aangegeven of de zorgaanbieder hieraan voldoet.
Kwaliteitseisen voor sociaal netwerk
De informele hulpverlener is verplicht Huiselijk Geweld en Kindermishandeling te melden;
Werkt actief samen met andere jeugdhulpverleners in het belang van de jeugdige;
Informele hulpverlener werkt aan de doelen uit het opgestelde ondersteuningsplan en volgens schema van budgetplan;
De informele hulpverlener meldt klachten, calamiteiten en/of incidenten bij de gemeente;
De informele hulpverlener beschikt over een verklaring omtrent het gedrag (hierna: VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens. De VOG is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop de informele hulpverlener ging werken en is niet ouder dan drie jaar. De kosten kunnen niet in rekening worden gebracht bij de gemeente.
De volgende punten worden getoetst in het gesprek en middels het ingediende zorg- en budgetplan:
De zorgverlener is capabel om de ondersteuning te bieden;
De ondersteuning aan de jeugdige en/of zijn ouders leidt niet tot overbelasting bij de zorgverlener;
Daarnaast heeft de persoon die de ondersteuning biedt op geen enkele wijze druk uitgeoefend op de jeugdige en/of ouder(s);
Ook is van belang dat de continuïteit bij ziekte of andere uitval door de zorgverlener wordt geborgd;
De inzet van het sociale netwerk moet aantoonbaar doelmatig zijn en leiden tot betere en effectievere ondersteuning;
De cliënt draagt verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de ondersteuning van personen die tot het sociale netwerk behoren.