**a..** Volgens artikel 2.33, lid 2 van de Wabo is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid met uitzondering van a, b of g of artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geheel of gedeeltelijk in te trekken als gedurende 3 jaar geen begin is gemaakt met de werkzaamheden;
**b..** Van deze bevoegdheid wordt gebruik gemaakt als er gedurende 3 jaar na het onherroepelijk worden van een vergunning geheel of gedeeltelijk geen begin is gemaakt met de werkzaamheden.
Artikel 3.
Intrekkingsregels voor de vergunningen die na 3 jaar mogen worden ingetrokken (onder andere vergunningen voor de activiteit “planologisch strijdig gebruik” of “milieu”)
Onderdeel van Beleidsregels voor het geheel of gedeeltelijk intrekken van ongebruikte omgevingsvergunningen