Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Procedure voor het intrekken van de omgevingsvergunning

Onderdeel van Beleidsregels voor het geheel of gedeeltelijk intrekken van ongebruikte omgevingsvergunningen

1. . Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen via de reguliere procedure dan gelden de volgende procedurestappen: De vergunninghouder wordt per brief op de hoogte gesteld van het voornemen tot intrekking van de omgevingsvergunning; de vergunninghouder wordt in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een zienswijze naar voren te brengen (artikel 4.8 van de Algemene wet bestuursrecht); als een zienswijze kenbaar is gemaakt, wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het uitvoering geven aan de vergunning moet zijn begonnen; de termijn bedoeld onder punt c wordt per situatie beoordeeld, maar bedraagt niet meer dan 52 weken na bekend maken van het voornemen tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning; het bevoegd gezag neemt na de zienswijzeperiode een besluit over het geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning; het besluit tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning wordt bekend gemaakt aan de vergunninghouder en gepubliceerd in het Huis aan Huis blad 2. . Als de omgevingsvergunning tot stand is gekomen via de uitgebreide voorbereidingsprocedure, gelden de volgende procedurestappen: de vergunninghouder wordt per brief op de hoogte gesteld van het voornemen tot intrekking van de omgevingsvergunning; voordat de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het ontwerpbesluit tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning zes weken ter inzage gelegd. Hiervan wordt kennis gegeven aan de vergunninghouder en in het Huis aan Huis blad; een ieder kan zienswijzen over het ontwerpbesluit kenbaar maken; als een zienswijze kenbaar is gemaakt, wordt eerst bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het uitvoering geven aan de vergunning moet zijn begonnen; de termijn onder punt d wordt per situatie beoordeeld, maar bedraagt niet meer dan 52 weken na bekend maken van het voornemen tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning; het bevoegd gezag neemt een besluit tot het hanteren van een ruimere termijn of tot intrekking van de vergunning; het besluit tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning wordt bekend gemaakt aan de vergunninghouder en aan indieners van de zienswijzen en gepubliceerd in het blad Huis aan Huis blad (en in de Staatscourant bij een projectafwijkingsbesluit).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel