De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij beëindiging of intrekking van de bijstand wordt gedurende twaalf maanden na de verzenddatum van dit besluit, gesteld op het bedrag dat belanghebbende maandelijks afloste tijdens de bijstandsperiode.
Na afloop van de termijn van twaalf maanden wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit naar draagkracht individueel vastgesteld, rekening houdend met het gestelde in artikel 11 en artikel 13.
Indien op het moment van het nemen van een terugvorderingsbesluit een ander inkomen wordt ontvangen dan een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet of IOAW/IOAZ, wordt bij alle vorderingen de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit van aanvang af vastgesteld op het bedrag bedoeld in het tweede lid.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12
Vaststelling van de duur en de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij uitstroom uit de bijstand en bij niet-uitkeringsgerechtigden
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Goeree-Overflakkee