Bij een gegrond vermoeden dat de aflossingscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd kunnen burgemeester en wethouders een draagkrachtonderzoek instellen.
Voor zover geen gegrond vermoeden, als bedoeld in het eerste lid, aanwezig is, stellen burgemeester en wethouders telkens om de zestig maanden een dossieronderzoek in of zich in de situatie van belanghebbende significante wijzigingen hebben voorgedaan, die een draagkrachtwijziging rechtvaardigen.
Wanneer burgemeester en wethouders als gevolg van een draagkrachtonderzoek besluiten tot wijziging of handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan per beschikking in kennis gesteld.
In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt deze opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op de verzenddatum van de beschikking.
Bij debiteuren waaraan geen betalingsverplichting is of kon worden opgelegd, wordt de hercontroletermijn naar het opnieuw onderzoeken van de draagkracht of het opleggen van een betalingsverplichting vastgesteld op twaalf maanden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 13
Tussentijdse beoordeling van een lopende betalingsverplichting door burgemeester en wethouders
Onderdeel van Beleidsregel terug- en invordering, verhaal en krediethypotheek Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 Goeree-Overflakkee