Het in de komende periode uit te voeren onderhoud en de daarmee samenhangende kosten worden voornamelijk bepaald door de huidige kwaliteit van de verhardingen.
Allereerst wordt het technisch kwaliteitsbeeld gegeven dat direct is afgeleid van de globale visuele inspectie en de CROW-richtlijnen. Deze technische kwaliteit wordt vervolgens vertaald naar kwaliteitsbeoordeling.
Begin 2017 is in de gemeente Hulst het wegenareaal geïnspecteerd. De hierbij verkregen inspectiegegevens zijn getoetst aan de richtlijnen die behoren bij ambitieniveau B. De inspectiecijfers bepalen in de systematiek het planjaar, dus het jaar of de periode waarin het onderhoud verwacht wordt.
In tabel 4-1 is per schadebeeld het percentage van het oppervlak weergegeven, verdeeld over de asfalt- en elementenverhardingen, met een beoordeling voldoende, matig of onvoldoende.
Voldoende wil in dit kader zeggen dat het weergegeven areaal voldoet aan de CROW-richtlijnen, ofwel de schade is minder dan de toegestane schade volgens de richtlijn.
Matig wil zeggen dat de verharding nog net voldoet aan de richtlijn.
Onvoldoende wil zeggen dat de verharding niet meer voldoet, ofwel de schade is erger dan toegestaan.
Areaal dat ‘onvoldoende’ scoort is dus volgens de richtlijnen onvoldoende en dient op korte termijn te worden weggewerkt.
Tabel 4-1 Percentages voldoende/matig/onvoldoende [%]
Asfaltverhardingen
Elementenverhardingen
Schadebeeld
voldoende
matig
onvoldoende
voldoende
matig
onvoldoende
Dwarsonvlakheid
100 %
0 %
0 %
100 %
0 %
0 %
Oneffenheden
96 %
3 %
1 %
72 %
21 %
7 %
Rafeling
96 %
3 %
1 %
Randschade
90 %
0 %
10 %
Scheurvorming
97 %
0 %
3 %
N.B. De schadebeelden rafeling, randschade en scheurvorming worden bij elementenverhardingen niet geïnspecteerd.
In deze paragraaf wordt de relatie toegelicht tussen de technische kwaliteit vanuit de wegbeheersystematiek en IBOR-kwaliteitsniveaus vanuit de kwaliteitscatalogus openbare ruimte.
Wegbeheersystematiek: CROW-publicatie 147
Voor het plannen en begroten van het noodzakelijke constructieve wegonderhoud en het vaststellen van de aanwezige kwaliteit maken wegbeheerders al sinds 1985 gebruik van de wegbeheersystematiek (CROW-publicatie 147). Deze systematiek is hiervoor zeer goed bruikbaar. Hiermee kan op basis van gegevens uit 2-jaarlijks uitgevoerde inspecties het benodigde budget voor de komende 5 jaar worden bepaald en goed inzichtelijk worden gemaakt wat de effecten zijn op de kwaliteit bij een tekort aan beschikbare budgetten. Het is daarom zeer wenselijk om ook in de toekomst de wegbeheersystematiek hiervoor te blijven gebruiken.
De wegbeheersystematiek heeft echter een technische invalshoek. De kwaliteit wordt in de wegbeheersystematiek gedefinieerd per schade (zoals rafeling, scheurvorming, dwarsonvlakheid) en uitgedrukt in de classificatie die wordt gebruikt bij de globale visuele inspectie (zoals M3 of E1).
Daardoor is deze systematiek minder goed bruikbaar voor de communicatie tussen bestuur en de (technische) wegbeheerder.
Kwaliteitscatalogus openbare ruimte: CROW-publicatie 323
Gemeenten en provincies kunnen de kwaliteit van de openbare ruimte definiëren met behulp van de beeldkwaliteitsniveaus A+, A, B, C en D. In de kwaliteitscatalogus zijn deze kwaliteitsniveaus voor alle aspecten van de openbare ruimte (wegonderhoud, groenonderhoud, zwerfafval, etc.) gedefinieerd. Elk niveau is beschreven in voor bestuurders begrijpelijke (niet-technische) bewoordingen en geïllustreerd met foto’s. Op beleidsniveau kunnen bestuurders en beheerders hierdoor beter discussiëren over het geambieerde kwaliteitsniveau van de openbare ruimte en de bijbehorende onderhoudskosten. Op basis hiervan kunnen bestuurders dan beter besluiten nemen over het gewenste kwaliteitsniveau van de openbare ruimte (inclusief wegverhardingen). Het is daarbij ook eenvoudig om onderscheid te maken tussen de gewenste kwaliteitsniveaus in verschillende gebieden (zoals woonwijken, centrumgebieden, ontsluitingswegen en buitengebieden).
Tevens maakt dit de communicatie tussen de bestuurder en de (technische) wegbeheerder over de huidige en de gewenste kwaliteit eenvoudig en inzichtelijk.
Relatie beeldkwaliteit - wegbeheersystematiek
Het laagste kwaliteitsniveau dat een beheerder of bestuurder kan kiezen is niveau C. Dit komt overeen met het niveau R- uit de wegbeheersystematiek. De gemeente Hulst maakt de afwegingen over het noodzakelijke onderhoud op het R niveau wat overeenkomt met beeldkwaliteit B. Kwaliteitsniveau D (te laag) is gedefinieerd om aan te kunnen geven dat niet aan het minimale niveau wordt voldaan. In de wegbeheersystematiek zijn CROW-richtlijnen zodanig gedefinieerd dat deze overeenkomen met het minimale niveau van verantwoord wegbeheer. De systematiek beschrijft, dat als niet wordt voldaan aan de CROW-richtlijnen, een verhoogd risico ontstaat op (terechte) schadeclaims en dat niet meer wordt voldaan aan de minimale eisen met betrekking tot veiligheid en comfort. Met andere woorden: als de richtlijn wordt overschreden, dan moet onderhoud worden uitgevoerd. Dat betekent dat de CROW-richtlijnen van de wegbeheersystematiek overeenkomen met niveau C van de kwaliteitscatalogus. Daaruit volgt logischerwijs dat niveau D overeenkomt met de definitie van ‘achterstallig onderhoud’ in de wegbeheersystematiek.
Door een koppeling te leggen tussen de wegbeheersystematiek en de kwaliteitscatalogus is een goede communicatie gewaarborgd en kan de wegbeheerder ook in de toekomst gebruik blijven maken van de wegbeheersystematiek voor het bepalen van de benodigde budgetten en het plannen van het noodzakelijke onderhoud.
Voor het groenbeheer wordt eveneens uitgegaan van beeldkwaliteitsniveau B. Hetgeen betekent dat de gehele openbare ruimte op hetzelfde niveau wordt onderhouden.
In tabel 4-2 is de technische kwaliteit van de verhardingen in de gemeente omgezet in een beeldkwaliteitsbeoordeling onderverdeeld in verhardingstype. In deze kwaliteitsbeoordeling is rekening gehouden geplande integrale projecten van de gemeente Hulst. Deze nog uit te voeren projecten zijn niet meegenomen in de kwaliteitsbeoordeling. Het geconstateerde noodzakelijke onderhoud ter plaatse van projecten welke in het Meerjaren Investeringsplan (MIP) is dus niet meegenomen in de kosten van het groot onderhoud.
Tabel 4-2 Kwaliteitsbeoordeling per verhardingstype
Kwaliteit
Asfalt
Beton
Elementen
A+
43,0 %
87,2 %
68,0 %
A
43,7 %
11,4 %
24,4 %
B
10,0 %
0,0 %
1,1 %
C
0,7 %
0,3 %
0,2 %
D
2,6 %
1,1 %
6,4 %
In bijlage 2 ‘Kwaliteit verhardingen’ is de kwaliteitsverdeling grafisch weergegeven.
Om een beeld te kunnen vormen over de huidige kwaliteit van het areaal verhardingen in de gemeente en te bepalen of de kwaliteit van de verhardingen in de gemeente verbetering laat zien, is de huidige kwaliteit vergeleken met de kwaliteit van de verhardingen in 2014.
In tabel 4-3 en 4-4 zijn de huidige kwaliteit van respectievelijk de asfalt- en elementenverhardingen vergeleken met de kwaliteit van de verhardingen in 2014. Doordat de kwaliteit in 2014 was bepaald op basis van een 3-schaal (Voldoende R+ of R++, matig R en onvoldoende R-) en niet op basis van de 5-schaal van de beeldkwaliteit (A+, A, B, C, en D), is de volgende koppeling toegepast:
Voldoende komt overeen met de combinatie van kwaliteit A+ en A
Matig komt overeen met kwaliteit B
Onvoldoende komt overeen met de combinatie van kwaliteit C en D.
Tabel 4-3 Vergelijking kwaliteit asfaltverhardingen
Kwaliteit
2014
2018
A+
89 %
43,0 %
Voldoende
A
43,7 %
B
5 %
10,0 %
Matig
C
6 %
0,7 %
Onvoldoende
D
2,6 %
De kwaliteit van de asfaltverhardingen is tussen 2014 en 2018 verbeterd. Dit is terug te zien in de afname van de kwaliteitsbeoordelingen ‘C’ en ‘D’, van 6% in 2014 tot 3,3% in 2018.
Tabel 4-4 Vergelijking kwaliteit elementenverhardingen
Kwaliteit
2014
2018
A+
90 %
68,0 %
Voldoende
A
24,4 %
B
3 %
1,1 %
Matig
C
7 %
0,2 %
Onvoldoende
D
6,3 %
De kwaliteit van de elementenverhardingen is ten opzichte van 2014 licht verbeterd. Dit is terug te zien in de afname van de kwaliteitsbeoordelingen ‘C’ en ‘D’, van 7% in 2014 tot 6,5% in 2018.
De gemeente heeft ervoor gekozen om de verhardingen te onderhouden op
kwaliteitsniveau B. Op basis van de globale visuele weginspectie is de huidige kwaliteit van de verhardingen weergegeven in de kwalificaties A+, A, B, C en D. Voor asfaltverhardingen geldt dat 3,3 % niet voldoet aan het gestelde onderhoudsniveau en is op korte termijn groot onderhoud nodig. Voor elementverharding is dit percentage zelfs 6,5 %.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Kwaliteit van de verhardingen
Onderdeel van Beheer- en beleidsplan wegen 2019-2023