In de juridische notitie ‘Veehouderij en volksgezondheid; Mogelijkheden om volksgezondheidaspecten mee te wegen bij vergunningverlening’ van juni 2014 is geconcludeerd dat het aspect volksgezondheid dient te worden meegewogen in zowel het ruimtelijk als het milieuspoor. Door de rechter is uitdrukkelijk uitgesproken dat gezondheid als een onderdeel van het begrip milieu wordt gezien. Dit betekent dat risico's voor de volksgezondheid, die door in werking zijn van een inrichting kunnen ontstaan, bij de beoordeling van de aanvraag moeten worden betrokken. In een omgevingsvergunning moet dit aspect worden beschreven. Tevens is in het ruimtelijke spoor bij het opstellen van een bestemmingsplan gezondheid een erkend onderdeel.
Veehouderijen hebben zowel positieve als negatieve gezondheidseffecten op hun omgeving. Astma en neusallergie komen minder voor bij mensen die in de buurt van veehouderijen wonen. Daarnaast heeft echter de uitstoot van fijnstof en endotoxinen negatieve effecten op de gezondheid van omwonenden. Onder omwonenden worden wanneer zij hun woning hebben binnen 1 kilometer van een pluimveebedrijf of 2 kilometer van een geitenhouderij meer longontstekingen gediagnosticeerd. Daar waar er meerdere veehouderijen in de omgeving van omwonenden staan kan dit tot cumulatie leiden, wat negatieve gevolgen kan hebben op de gezondheid van omwonenden. Zo toont bijvoorbeeld het VGO-onderzoek aan dat mensen die in de buurt van 15 of meer veehouderijen wonen een verminderde longfunctie kunnen hebben, ongeacht het type bedrijf. Meer relaties tussen veehouderij en negatieve gezondheidseffecten staan samengevat in onderstaande tabel. Uit de omgevingsvergunning moet blijken dat het bevoegd gezag het aspect volksgezondheid in haar afweging heeft betrokken.
Aspect
Effect
Vee-gerelateerde geur
ernstige) hinder
misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, verstoring van dagelijkse activiteiten en slaapproblemen.
Vee-gerelateerde fijnstof
chronische luchtwegklachten, acute klachten van ogen, neus en bovenste luchtwegen, verminderde longfunctie
Ammoniak
Tijdens of na perioden van verhoogde ammoniakconcentraties neemt de longfunctie bij mensen af. De omzetting naar secundair fijnstof, dat gevormd wordt uit ammoniak, speelt hierin een rol. Deze omzetting gebeurt in de hogere luchtlagen van de atmosfeer. Het effectgebied van secundair fijnstof ligt daardoor (ook) ver buiten de leefomgeving van omwonenden en heeft effect op de volksgezondheid.
Endotoxinen
Omwonenden op korte afstand van veehouderij hebben een hogere blootstelling die kan leiden tot verergering van luchtwegklachten.
Bij hogere concentraties: acute luchtwegklachten en chronische effecten op de luchtwegen (niet allergische astma en COPD).
"Organic Dust Toxic Syndrom (ODTS)" bij veehouders en werknemers in de veehouderij.
Zoönosen
Infectieziekten met name door direct contact met dieren, mest of via voedsel.
Verschillende ziektebeelden en ernst van de klachten; vooral bij uitbraak van zoönosen is risico verhoogd.
Antibiotica resistentie
Resistentie tegen antibiotica waardoor behandeling van eventuele infectie moeilijker is. Met name door intensief direct contact met dieren of via voedsel.
Geluid
Hinder, slaapverstoring, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stressreacties.
Bij een blootstelling ≥ 50 dB(A) Lden verhoogd risico op hoge bloeddruk
Bij een blootstelling vanaf 60 dB(A) Lden verhoogd risico op hartinfarcten.
Tabel 1: Samenvattend overzicht gezondheidseffecten in relatie tot veehouderijen
Artikel 2.2
Waarom gezondheid meenemen in ruimtelijke besluitvorming en bij milieu?
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleid Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0