Wanneer door het bevoegd gezag advies wordt gevraagd aan de GGD, zal deze een locatie specifieke risicobeoordeling uitvoeren. De GGD maakt hierbij gebruik van gezondheidskundige advieswaarden die gebaseerd zijn op de meest recente stand van zaken in de wetenschappelijke literatuur. Deze gezondheidskunde advieswaarden kunnen afwijken van de in de wet- en regelgeving opgenomen normen. Het GGD advies kan gebruikt worden om omgevingsbewust handelen te stimuleren. In deze werkwijze heeft de GGD, in gevallen dat er mogelijk een verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat, een duidelijke rol als adviseur naar het bevoegd gezag.
In het GGD-advies wordt de het bevoegd gezag geadviseerd bij de besluitvorming rekening te houden met:
de mate van overbelasting, de eventuele afname hiervan en de bijdrage van de betreffende veehouderij hierin;
de blootgestelden;
de afstand tussen een veehouderij en een (geur-)gevoelig object
het toepassen van de best beschikbare technieken (BBT). Lokale milieuomstandigheden (bijvoorbeeld het aantal omwonenden) kunnen ertoe leiden dat er verdergaande maatregelen worden geadviseerd met betrekking tot de best mogelijke techniek om de uitstoot van emissies te reduceren.
de aard van de omgeving.
Het bevoegd gezag blijft verantwoordelijk voor de uiteindelijke besluitvorming, daarbij rekening houdende met omwonenden, milieu, volksgezondheid en economische aspecten. Op grond van bijvoorbeeld te behalen milieuwinst en economische aspecten kan het bevoegd gezag afwijken van een GGD-advies. Daarnaast kan een GGD advies ook negatief zijn op bepaalde punten (bijvoorbeeld geur), maar positief op andere punten (bijvoorbeeld zoönose). Het is dan aan het bevoegd gezag om af te wegen wat voor hen het zwaarste weegt.
Artikel 2.1
Rol GGD:
Onderdeel van Gemeente Bergeijk - Beleid Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0