Naar hoofdinhoud
1.. De hoogte van de bestuurlijke boete: wordt bepaald in evenredigheid met de ernst van de overtreding, de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten en zijn individuele omstandigheden waaronder begrepen zijn draagkracht; is gerelateerd aan het netto benadelingsbedrag. Voor de bepaling van de hoogte van de boete worden tot het netto benadelingsbedrag niet gerekend de onverschuldigde betalingen die plaatsvinden na afloop van een termijn van 7 dagen nadat de belanghebbende de juiste en volledige gegevens heeft verstrekt of nadat een schending van de inlichtingenplicht is geconstateerd. 2.. Met de mate van verwijtbaarheid wordt op de volgende wijze rekening gehouden: een beboetbare gedraging leidt bij gemiddelde verwijtbaarheid tot een boete ter hoogte van 50% van het benadelingsbedrag; onder gemiddelde verwijtbaarheid als bedoeld onder a. wordt tevens verstaan de situatie waarin belanghebbende heeft nagelaten om wijziging van feiten en of omstandigheden tijdig en op voorgeschreven wijze te melden waarvan hij wist of waarvan het hem redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze van belang zijn voor de uitkering; als er sprake is van opzet wordt een boete van 100% van het benadelingsbedrag opgelegd; als er sprake is van grove schuld wordt een boete van 75% van het benadelingsbedrag opgelegd; er wordt een boete van 25% van het benadelingsbedrag opgelegd indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid. Van verminderde verwijtbaarheid is sprake in de situaties als bedoeld in artikel 3, lid 2. Bij volledig ontbreken van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel