Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Voorwaarden m.b.t milieu

Onderdeel van Beleidsregels rondvaart en verhuur van vaartuigen 2019

1.. Alle vaartuigen van de bedrijven zoals genoemd in artikel 1 leden h, i en m, waarvoor op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling reeds een ligplaats- en/of exploitatievergunning is verleend, dienen per 1 januari 2025 elektrisch te zijn dan wel een gelijkwaardig alternatief met zero emissie en zero geluid. 2.. Aan ligplaats- en/of exploitatievergunning voor vaartuigen van de bedrijven zoals genoemd in artikel 1 leden h, i en m, waarvoor op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling nog geen ligplaats- en/of exploitatievergunning is verleend, verbindt het college de eis dat deze elektrisch dienen te zijn of gelijkwaardig alternatief met zero emissie en zero geluid. 3.. Het college is bevoegd op aanvragen van historische schepen, waaraan op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling een ligplaats- en/of exploitatievergunning is verleend, vrijstelling te verlenen van het bepaalde in de leden a en b. Het college kan aan de vrijstelling voorwaarden en/of voorschriften verbinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel