Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Voorwaarden m.b.t muziek en geluid

Onderdeel van Beleidsregels rondvaart en verhuur van vaartuigen 2019

Het college verbindt aan de exploitatievergunning het voorschrift dat de vergunninghouder verplicht is te bewerkstelligen dat: er niet met of op het vaartuig overlast of hinder voor omwonenden of voor de omgeving hinder wordt veroorzaakt, door een geluidsapparaat, of een toestel of machine of ander voorwerp in werking te hebben of te gebruiken. onverminderd het eerste lid, alleen versterkte of onversterkte muziek ten gehore wordt gebracht als op iedere geluidsinstallatie aan boord een geluidsbegrenzer is aangebracht die is afgegrendeld op 76 db(A).

Rechtspraak bij dit artikel