Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Voorkeursvolgorde

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen Coevorden

Onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en BIZ van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; de erfpachter dan wel de beklemde meier; de eigenaar of de appartementsgerechtigde; degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; bij gelijke aandelen degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt; bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd; degene die in de gemeente woont of gevestigd is; een natuurlijk persoon boven een niet natuurlijk persoon; degene die bij het team belastingen als genothebbende of gebruiker bekend is. Onroerende-zaakbelastingen, rioolheffing en BIZ van gebruikers voor niet-woningen Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing die wordt geheven van gebruikers voor niet-woningen wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt; degene die in de Basisregistratie Personen als bewoner van de onroerende zaak het langst staat ingeschreven, mits deze bewoner 18 jaar of ouder is. Indien dit laatste niet het geval is, dan de bewoner die op één na het langst in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven, mits 18 jaar of ouder. Voor zover meerdere gebruikers op dezelfde datum als bewoner van de onroerende zaak in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven: de oudste van deze gebruikers (minimaal 18 jaar); indien de geboortedatum van de gebruikers gelijk is, de gebruiker met het laagste BSN nummer. degene die als gebruiker in het bestand van de Kamer van Koophandel vermeld is; degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt. Rioolheffing van gebruikers en afvalstoffenheffing Met betrekking tot de rioolheffing van gebruikers en de afvalstoffenheffing wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: degene die ingevolge onderdeel 3 als belastingplichtige voor de onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing ter zake van het gebruik van de onroerende zaak, zijnde een niet-woning voor zover een woongedeelte aanwezig is, kan worden aangewezen; degene die in de Basisregistratie Personen als bewoner van de onroerende zaak het langst staat ingeschreven, mits deze bewoner 18 jaar of ouder is. Indien dit laatste niet het geval is, dan de bewoner die op één na het langst in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven, mits 18 jaar of ouder. Voor zover meerdere gebruikers op dezelfde datum als bewoner van de onroerende zaak in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven: de oudste van deze gebruikers (minimaal 18 jaar); indien de geboortedatum van de gebruikers gelijk is, de gebruiker met het laagste BSN nummer. degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt. Forensenbelasting Met betrekking tot de forensenbelasting wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: degene die ook als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt; degene die op andere wijze als gebruiker naar voren komt. Meerdere aanslagen verenigd op één aanslagbiljet Indien en voor zover aanslagen van verschillende gemeentelijke belastingen worden verenigd op één aanslagbiljet, worden deze in onderstaande volgorde ten name gesteld van de belastingplichtige die: ingevolge de onderdelen 1 en 2 kan worden aangewezen; ingevolge de onderdelen 3 en 4 kan worden aangewezen; ingevolge onderdeel 5 kan worden aangewezen. Uitzonderingsregeling De onderdelen 1 tot en met 6 van dit artikel vinden geen toepassing indien: de aanslag kan worden opgelegd aan degene die met betrekking tot het voorgaande belastingtijdvak of kalenderjaar de aanslag heeft gekregen, gezorgd heeft dat de aanslag betaald is en nog steeds belastingplichtig is; bij de Publieksservice, team belastingen bekend is dat één van de belastingplichtigen de desbetreffende aanslag op zijn/haar naam wil hebben, en dit er niet toe leidt dat de belasting niet kan worden betaald dan wel ingevorderd. Tijdstip bepaling voorkeursvolgorde Indien de belasting wordt geheven over een belastingtijdvak, is bij de toepassing van de voorkeursvolgorde beslissend de situatie bij de aanvang van dat tijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Afwijking van de voorkeursvolgorde Aangezien de voorkeursvolgorde erop is gericht de aanslag op te leggen aan een belastingplichtige die in staat geacht mag worden om de belasting te betalen, kan op grond van dat motief afgeweken worden van de voorkeursvolgorde. Wijzigingen eerstvolgende tijdvak Indien al een aanslag aan een belastingplichtige is opgelegd, kunnen wijzigingen pas plaatsvinden met ingang van het eerstvolgende belastingtijdvak. Heffing op andere wijze Indien een belasting niet wordt geheven bij wege van aanslag, maar op ander wijze, zijn de onderdelen 1 tot en met 10 van overeenkomstige toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel