- - Aan de directeur van de Dienst Gezondheid & Jeugd, als bedoeld in artikel 30, lid 1, van de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd, wordt, voor zover het de bevoegdheden van het college betreft, mandaat verleend voor de hierna genoemde bevoegdheden:
- - Het nemen van een besluit om handhavend op te treden op grond van de Algemene wet bestuursrecht jo. artikel 125 van de Gemeentewet, door middel van een last onder dwangsom, voor zover dit strekt tot handhaving van de Leerplichtwet betreffende zogenaamd 'absoluut verzuim'.
- - Het aanzeggen van een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom als bedoeld in het vorige lid.
- - Het opleggen, opschorten van de looptijd, opheffen of vermindering van een last onder dwangsom als bedoeld in de artikelen 5:32 en 5:34 van de Algemene wet bestuursrecht jo. artikel 125 van de Gemeentewet.
- - Het nemen van een besluit tot invordering van de dwangsom als bedoeld in artikel 5:37 eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede het nemen van besluiten tot restitutie van teveel betaalde dwangsombedragen of vermindering van het inningsbedrag vanwege verjaring van de invorderingsbevoegdheid op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
- - De directeur kan de bevoegdheden genoemd in artikel 1 in ondermandaat opdragen aan onder zijn bevoegdheid ressorterende functionarissen. Alle bepalingen in dit mandaat zijn van overeenkomstige toepassing op de uitoefening van bevoegdheden in ondermandaat.
- - Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat of ondermandaat is verleend informeert het college bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden.
- - Onverminderd het bepaalde in artikel 3 heeft de directeur een aan de uitoefening van de bevoegdheid voorafgaande informatieplicht en een signaleringsplicht jegens het college, indien de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor het college naar verwachting politieke of maatschappelijke gevolgen kan hebben, of indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld of anderszins aangesproken zal worden. In de gevallen bedoeld in de vorige volzin verschaft de directeur alle benodigde informatie en voert hij overleg met het college alvorens de bevoegdheden bedoeld in artikel 1 uit te oefenen.
- - Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 1 luidt de ondertekening:
'Burgemeester en wethouders van Papendrecht
namens dezen,
de directeur van de Dienst Gezondheid & Jeugd',
gevolgd door de handtekening en de naam van de functionaris.
- - Indien een besluit wordt genomen bij of krachtens het bepaalde in artikel 2 luidt de ondertekening:
'Burgemeester en wethouders van Papendrecht
namens dezen,
Manager Dienstverlening van de Dienst Gezondheid & Jeugd,
gevolgd door de handtekening en de naam van de functionaris.
- - Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het overeenkomstig artikel 3:42, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht is bekendgemaakt.