Naar hoofdinhoud
1.. De belasting als bedoeld in artikel 5,lid 1, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 5,lid 1, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 5,lid 1, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,00. 4.. De belasting als bedoeld in artikel 5,lid 2 is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening en wordt berekend na afloop van het kalenderjaar, dan wel op het moment dat de belastingplicht eindigt, indien dit in de loop van het belastingjaar is. 5.. Belastingaanslagen als bedoeld in artikel 5,lid 1 en lid 2, van minder dan € 9,00 worden niet geheven. 6.. Voor de toepassing van het bepaalde in het derde, het vierde en het vijfde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing of andere heffingen aangemerkt als een belastingaanslag. 7.. De belasting als bedoeld in artikel 5,lid 3, is verschuldigd op het moment van aanbieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel